Partijen zijn na hun echtscheiding eigenaar van een woning waarvan de vrouw haar aandeel aan de man moet leveren. In een convenant is afgesproken dat de levering 'zo mogelijk' binnen zes maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking moet plaatsvinden, maar geen harde termijn is vastgelegd.
De man vordert vervangende toestemming of veroordeling van de vrouw om mee te werken aan de levering vóór 1 januari 2025, om volledige hypotheekrenteaftrek te kunnen genieten. De vrouw is bereid mee te werken, maar pas vanaf 2 januari 2025, omdat zij anders toeslagen verliest.
De rechtbank oordeelt dat het spoedeisend belang ontbreekt, mede omdat de vrouw haar sleutels heeft ingeleverd en de man al voor de helft eigenaar is. De termijn van zes maanden is nog niet verstreken en er is geen fatale termijn overeengekomen. Daarom worden de vorderingen in conventie en reconventie afgewezen en dragen partijen ieder hun eigen proceskosten.