Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 9 juli 2024, met bijlagen;
- de aantekeningen van het mondelinge antwoord.
Rechtbank Rotterdam
De huurder huurt een woning van UCP en heeft een huurachterstand opgebouwd van € 5.809,52 tot en met oktober 2024. Daarnaast heeft hij zonder toestemming de woning onderverhuurd aan meerdere personen die op de zitting verklaringen aflegden over hun huurbetalingen aan de huurder.
De kantonrechter oordeelt dat de huurprijsverhoging per 1 juli 2024 niet in stand kan blijven omdat het huurprijswijzigingsbeding in de huurovereenkomst oneerlijk is. Hierdoor blijft de huurprijs € 1.250,- per maand, en wordt de huurachterstand verminderd tot € 5.625,-.
De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens de ernstige tekortkomingen van de huurder: niet tijdig betalen van de huur en verboden onderhuur. De huurder wordt veroordeeld om de woning binnen veertien dagen te ontruimen en een gebruiksvergoeding te betalen tot aan de ontruiming.
Incassokosten en rente worden afgewezen omdat de overeenkomst een oneerlijke boetebepaling bevat die de huurder in nadeel afwijkt van de wettelijke regeling. De proceskosten worden aan de huurder opgelegd omdat hij grotendeels in het ongelijk is gesteld.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventuele hoger beroep procedures.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, de huurder moet € 5.625,- betalen, de woning ontruimen binnen veertien dagen en een gebruiksvergoeding betalen tot ontruiming.