Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift (ontvangen op 12 september 2024), met bijlagen;
- de brief van [verzoeker] van 25 november 2024, met één bijlage;
- de e-mail van [verzoeker] van 28 november 2024.
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure verzocht de eiser om een verklaring voor recht dat Nationale-Nederlanden volledig aansprakelijk is voor de door hem geleden en nog te lijden schade als gevolg van een ongeval op 18 augustus 2017. Tevens werd gevorderd dat Nationale-Nederlanden een bijstandsgarantie zou verschaffen en de iteratieschade maandelijks zou vergoeden, alsmede betaling van buitengerechtelijke kosten en overige proceskosten.
De kantonrechter stelde vast dat het verzoek van onbepaalde waarde is en dat er geen aanwijzingen zijn dat dit binnen de bevoegdheid van de kantonrechter valt, aangezien de verwachte schade meer dan € 25.000,- bedraagt. Bovendien betreft de zaak een onderwerp dat niet exclusief door de kantonrechter behandeld moet worden. De eiser bevestigde vervolgens zelf dat de zaak niet door de kantonrechter behandeld dient te worden en verzocht om verwijzing.
Op grond hiervan verwees de kantonrechter de zaak naar het team Handel en Haven van de rechtbank Rotterdam, waarbij partijen werden gewezen op de verplichting tot bijstand door een advocaat in dat team. Tevens werd gewezen op de mogelijke hogere griffierechten die volgen uit de verwijzing en de betalingsverplichtingen daarvan.
De beschikking werd gegeven door mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken op 6 december 2024.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak door naar het team Handel en Haven van de rechtbank Rotterdam.