Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 18 november 2024, met 7 producties;
- het herstelexploot van 19 november 2024;
- de 3 producties van [gedaagde].
Rechtbank Rotterdam
Eiser verhuurt sinds november 2020 een woonruimte aan gedaagde, die vanaf september 2023 een huurachterstand heeft opgebouwd. Eiser vordert ontruiming van het gehuurde en betaling van achterstallige huurpenningen en buitengerechtelijke kosten.
Gedaagde erkent de huurachterstand en licht toe dat zij door inkomensverlies tijdens de coronaperiode in financiële problemen is gekomen. Inmiddels heeft zij meerdere banen en een netto inkomen van circa €1.500 per maand. Zij is actief bezig met schuldhulpverlening via de gemeente Rotterdam, heeft huurtoeslag aangevraagd en heeft de lopende huur voor september, oktober en november 2024 voldaan.
De voorzieningenrechter oordeelt dat hoewel de huurachterstand ontruiming kan rechtvaardigen, het spoedeisend belang van eiser niet opweegt tegen het belang van gedaagde bij behoud van de woning. De actieve schuldhulpverlening en recente betalingen maken aannemelijk dat de huurachterstand niet verder zal oplopen. De vordering tot ontruiming en betaling van achterstallige huur en kosten wordt daarom afgewezen.
De rechter benadrukt dat van gedaagde als goed huurder verwacht mag worden dat zij actief meewerkt aan het schuldhulpverleningstraject en de huurachterstand zo spoedig mogelijk wegwerkt. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd vanwege het ontbreken van communicatie over de lopende huurbetalingen voorafgaand aan het kort geding.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming en betaling van huurachterstand wordt afgewezen; partijen dragen eigen kosten.