ECLI:NL:RBROT:2024:12607

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 november 2024
Publicatiedatum
13 december 2024
Zaaknummer
11313891 VV EXPL 24-456
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 lid 1 Brussel I bis VerordeningArt. 4 lid 1 sub c Rome I VerordeningArt. 6:96 lid 6 BWArt. 6:119 BW
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing ontruimingsvordering opslagruimte wegens huurachterstand

Shurgard Nederland B.V. vordert in kort geding de ontruiming van een opslagruimte die zij verhuurt aan de gedaagde, die in Frankrijk woont en niet is verschenen. De huurder heeft sinds april 2024 een betalingsachterstand van €1.482,09 en is de gemaakte betaalafspraken niet nagekomen. Shurgard heeft de huurovereenkomst opgezegd en de ontruiming aangezegd.

De kantonrechter stelt vast dat de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is omdat het gehuurde in Rotterdam is gelegen en dat Nederlands recht van toepassing is. Er is sprake van spoedeisend belang omdat Shurgard de uitkomst van een gewone procedure niet kan afwachten.

Bij verstek wordt de vordering tot ontruiming toegewezen, inclusief een dwangsom om naleving af te dwingen. Tevens wordt de vordering tot betaling van de achterstallige huur en verzekeringspremies toegewezen, met wettelijke rente vanaf vijftien dagen na betekening. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van aanmaning. De proceskosten worden aan de gedaagde opgelegd. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De kantonrechter wijst de vordering tot ontruiming en betaling van achterstallige huur toe bij verstek.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11313891 VV EXPL 24-456
datum uitspraak: 12 november 2024
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
SHURGARD NEDERLAND B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. E.M.W.J. Janssen te Breda,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde,
die niet is verschenen.
Partijen worden hierna Shurgard en [gedaagde] genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 21 oktober 2024, met producties 1 tot en met 7,
  • de akte overlegging producties, met producties 8 en 9.
1.2.
Op 5 november 2024 is de zaak tijdens een zitting met mr. Janssen besproken. [gedaagde] is niet verschenen. Mr. Janssen heeft verklaard dat de akte overlegging producties, met producties 8 en 9, per e-mail aan [gedaagde] is gezonden.

2.De beoordeling

verstekverlening
2.1.
Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat tegen [gedaagde] verstek wordt verleend. De kantonrechter heeft de termijn van dagvaarding op verzoek van Shurgard verkort naar twee weken.
internationale bevoegdheid
2.2.
Er is sprake van een internationale zaak, omdat [gedaagde] in Frankrijk woont. Daarom moet ambtshalve worden beoordeeld of de Nederlandse rechter internationale bevoegdheid toekomt. Dat is het geval, omdat het onroerend goed waarover dit kort geding gaat in Rotterdam is gelegen (artikel 24 lid 1 van Pro de Brussel I bis Verordening).
toepasselijk recht
2.3.
Op grond van artikel 4 lid 1 sub c van Pro de toepasselijke Rome I Verordening dient het geschil voor wat betreft de aan de orde zijnde rechtsverhouding tussen partijen naar Nederlands recht te worden beoordeeld.
spoedeisend belang
2.4.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Uit de stellingen van Shurgard volgt dat deze spoed aanwezig is.
ontruimingsvordering
2.5.
Sinds 27 februari 2024 huurt [gedaagde] van Shurgard een opslagruimte met unitnummer [unitnummer] aan [adres] (hierna: het gehuurde). Op grond van de tussen partijen gesloten opslagovereenkomst bedraagt de huur € 241,00 per maand. De opgeslagen goederen zijn via Shurgard verzekerd bij MS Amlin Insurance. Daarvoor dient [gedaagde] een bijdrage van € 50,00 per maand aan Shurgard te betalen.
2.6.
Van april tot en met 15 juli 2024 heeft [gedaagde] € 1.050,09 onbetaald gelaten. Bij brief van 26 juni 2024 heeft Shurgard de opslagovereenkomst opgezegd tegen 15 juli 2024 en de ontruiming aangezegd tegen 16 juli 2024. Op 15 juli 2024 heeft de broer van [gedaagde] namens [gedaagde] betaalafspraken met Shurgard gemaakt en € 150,00 aan Shurgard betaald. [gedaagde] is de betaalafspraken niet nagekomen. Het gehuurde is ook niet ontruimd.
2.7.
Nu Shurgard de huurovereenkomst met [gedaagde] heeft opgezegd wordt de ontruimingsvordering toegewezen zoals vermeld in de beslissing. De kantonrechter wijst de gevorderde dwangsom eveneens toe. Shurgard heeft onderbouwd waarom een extra prikkel in de vorm van een op te leggen dwangsom nodig is, namelijk om [gedaagde] tot ontruiming aan te zetten en de hoge kosten van een gedwongen ontruiming te voorkomen. De dwangsom wordt gemaximeerd op de wijze zoals vermeld in de beslissing.
geldvordering
2.8.
Ter zitting heeft Shurgard verklaard dat, in tegenstelling tot wat in de dagvaarding staat, de betalingsachterstand op 14 september 2024 in totaal € 1.482,09 bedroeg. Shurgard heeft haar vordering tot betaling van de huur/gebruiksvergoeding en verzekeringspremies daarom verminderd. De vordering wordt toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over het bedrag wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
2.9.
De kantonrechter begrijpt dat Shurgard tevens betaling vordert van een vergoeding gelijk aan de huurprijs en de verzekeringspremies na 14 september 2024 tot en met de dag van ontruiming. De vordering wordt toegewezen, met dien verstande dat als het gehuurde voor de veertiende van de maand wordt ontruimd [gedaagde] voor de resterende dagen geen vergoeding hoeft te betalen (naar rato). De gevorderde wettelijke rente wordt afgewezen, omdat het grotendeels gaat om kosten die [gedaagde] nog niet verschuldigd is.
buitengerechtelijke kosten
2.10.
De gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt eveneens afgewezen. Niet gebleken is dat eisers aan gedaagde een aanmaningsbrief hebben gezonden waarin een betalingstermijn van veertien dagen is gegeven ingaande de dag na ontvangst daarvan, zoals vereist in artikel 6:96 lid 6 BW Pro.
proceskosten
2.11.
[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Shurgard worden begroot op:
- dagvaarding: € 161,35
- griffierecht: € 130,00
- salaris gemachtigde: € 543,00
- nakosten:
€ 135,00
Totaal: € 969,35
uitvoerbaar bij voorraad
2.12.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Shurgard dat vordert. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verleent verstek tegen [gedaagde],
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de opslagruimte met unitnummer [unitnummer] aan [adres] te ontruimen en te verlaten met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden,
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan Shurgard een dwangsom te betalen van € 50,00 per dag dat zij niet aan de veroordeling in 3.2. voldoet, tot een maximum van € 750,00 is bereikt,
3.4.
veroordeelt [gedaagde] om aan Shurgard € 1.482,09 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.5.
veroordeelt [gedaagde] om over de periode na 14 september 2024 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan Shurgard naar rato een vergoeding van € 291,00 per maand te betalen,
3.6.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 969,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe; als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen,
3.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.8.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken.
[35850]