Deze civiele zaak betreft een geschil tussen een accountant en een voormalige cliënt, een aannemer, over onbetaalde facturen en de vraag of een verrekening uit januari 2021 rechtsgeldig is. De rechtbank heeft bewijsopdrachten gegeven over een vermeende bedreiging met een honkbalknuppel, de betaling voor een toilet op de begane grond en de mondelinge waarschuwing over een NOW-2 subsidieaanvraag.
De rechtbank oordeelt dat gedaagde niet heeft bewezen dat de bedreiging heeft plaatsgevonden, waardoor de verrekening geldig blijft. Ook is onvoldoende bewijs geleverd voor betaling aan eiser voor het toilet. Wel is vastgesteld dat eiser gedaagde mondeling heeft gewaarschuwd dat de NOW-2 subsidie zelf aangevraagd moest worden, waardoor eiser aansprakelijk is voor 25% van de schade van €15.625,00.
De rechtbank beoordeelt verder de jaarrekeningen over 2019 en 2020. Voor 2019 is geen correctie op de facturen nodig omdat de jaarrekeningen zijn opgesteld en gepubliceerd. Voor 2020 is vastgesteld dat eiser geen jaarrekeningen heeft opgesteld, waardoor een correctie van €2.500,00 wordt toegepast. Daarnaast wordt een bedrag van €750,00 toegekend voor herstelwerkzaamheden van de opvolgend accountant.
Concreet wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van €17.802,72 aan eiser, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de factuurdata. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten in conventie, maar gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten in reconventie en nakosten. De vorderingen van gedaagde worden afgewezen.