De kinderrechter van de rechtbank Rotterdam heeft op 9 december 2024 een beschikking gegeven tot ondertoezichtstelling van een nog ongeboren kind voor de duur van twaalf maanden. De Raad voor de Kinderbescherming had dit verzoek ingediend vanwege zorgen over het middelengebruik en de woonomstandigheden van de moeder, alsmede de onduidelijke rol van de vader in het leven van het kind.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, was de moeder met haar advocaat aanwezig, terwijl de vader niet verscheen ondanks juiste oproeping. De moeder erkende de zorgen en gaf aan mee te willen werken aan een behandeltraject bij Brijder Verslavingszorg, met als doel een verblijf in een moeder-kind huis.
De kinderrechter achtte het belang van het kind zodanig dat het ongeboren kind als geboren werd beschouwd en oordeelde dat aan de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling was voldaan. De gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond werd aangewezen om regie te voeren over de hulpverlening en het welzijn van moeder en kind te monitoren.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden na uitspraak door betrokkenen worden aangevochten bij het gerechtshof te Den Haag.