De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West Zuid-Holland verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen bij hun vader zonder gezag voor de duur van de ondertoezichtstelling. De kinderen wonen al geruime tijd bij de vader en willen niet terug naar de moeder zolang haar partner in de woning verblijft. De ouders communiceren nauwelijks, waarbij de kinderen belast worden met de communicatie.
Tijdens de zitting werden de kinderen gehoord en spraken de ouders hun standpunten uit. De moeder uitte zorgen over de hechtingsrelatie en de belemmering van omgang door de vader, terwijl de vader stelde dat de kinderen zelf bepalen of ze contact willen met de moeder en dat hij niet met haar communiceert.
De kinderrechter oordeelde dat de machtiging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de kinderen. De vader biedt een stabiele en veilige opvoedsituatie, en het is belangrijk dat de juridische situatie aansluit bij de feitelijke situatie. Tevens is het van belang dat de ouders leren op passende wijze te communiceren en dat de GI onderzoekt hoe omgang en individuele hulpverlening kunnen worden vormgegeven.
De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verleend van 25 november 2024 tot 18 juni 2025 en is uitvoerbaar bij voorraad. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.