De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West verzocht de rechtbank Rotterdam om verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2015. De minderjarige verblijft in een gezinshuis en heeft omgangsmomenten met de ouders die onbegeleid zijn. De samenwerking tussen ouders en GI verliep moeizaam, wat heeft geleid tot vertraging in de aanmelding voor een KSCD-onderzoek, dat binnen enkele maanden zal starten.
De ouders stelden zich meewerkend op en stemden in met verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden, waarbij het overige verzoek werd aangehouden. Zij maakten zich zorgen over de verloren tijd en benadrukten dat er geen sprake is van schadelijk opvoedgedrag. Spanningen tussen ouders en gezinshuisouders zijn toegenomen, maar er is bereidheid tot hulpverlening en begeleiding.
De kinderrechter oordeelde dat de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk zijn in het belang van de minderjarige, die nog altijd ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. De minderjarige woont stabiel en veilig in het gezinshuis en heeft plezier in de omgang met haar ouders. De kinderrechter verlengde de ondertoezichtstelling voor een jaar en de machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden, met het oog op het naderende KSCD-onderzoek en het verbeteren van de communicatie tussen betrokkenen.
De GI is verzocht uiterlijk twee weken voor de pro forma-zitting op 1 mei 2025 schriftelijk te rapporteren over de stand van zaken. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de behandeling van het overige verzoek is aangehouden tot de pro forma-zitting.