Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De verdere procedure
- het vonnis van 30 augustus 2024 en de daarin genoemde stukken;
- de akte van [persoon A] ;
- de akte van [persoon B] .
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele zaak staat ter discussie of tussen eiseres en haar overleden stiefvader een onderhuurovereenkomst heeft bestaan. Eiseres heeft een schriftelijke ondertekende overeenkomst en zeventien kwitanties overgelegd waaruit zij maandelijks betaalde huur afleidt. Gedaagde betwist het bestaan van deze overeenkomst en de authenticiteit van de handtekeningen.
De rechtbank oordeelt dat een deskundigenonderzoek noodzakelijk is om de authenticiteit van de handtekeningen vast te stellen. Beide partijen mochten een deskundige voorstellen, maar de rechtbank benoemt een onafhankelijke forensisch schriftexpert, drs. P.L. Zevenbergen, die de handtekeningen zal onderzoeken.
De deskundige krijgt specifieke vragen voorgelegd, waaronder of de handtekeningen met waarschijnlijkheid door de stiefvader zijn geplaatst, of de maandelijkse kwitanties daadwerkelijk afzonderlijk zijn ondertekend, en of verschillen in handtekeningen wijzen op gezondheidsveranderingen door eerdere beroertes. De kosten van het onderzoek worden begroot op € 2.937,28, waarvoor eiseres geen voorschot hoeft te betalen vanwege toevoeging.
De deskundige moet het onderzoek uitvoeren volgens de geldende leidraad en gedragscode, partijen gelegenheid geven tot commentaar op het conceptrapport en het definitieve rapport binnen drie maanden opleveren. De procedure wordt aangehouden tot ontvangst van het rapport.
Uitkomst: De rechtbank benoemt een onafhankelijke forensisch schriftexpert voor onderzoek naar de authenticiteit van de handtekeningen en bepaalt dat de kosten ten laste van de Rijkskas komen.