De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2011 en 2013, die bij hun moeder wonen. De vader en moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag. De bezoekmomenten tussen de vader en de jongste minderjarige verlopen positief, terwijl de oudste wisselende signalen geeft over het contact met de vader, mede door een verstoorde relatie tussen de ouders.
Tijdens de zitting met gesloten deuren op 3 december 2024 gaf de oudste minderjarige aan dat hij het contact met de vader soms wil vermijden vanwege beschadigd vertrouwen, maar ook dat hij geniet van de bezoekmomenten. De moeder voert verweer tegen verlenging en wil het gezinsproces zelf oppakken, terwijl de vader instemt met verlenging en benadrukt dat verdere betrokkenheid van de GI nodig is om het contact te monitoren en te verbeteren.
De kinderrechter concludeert dat de wettelijke criteria voor verlenging van de ondertoezichtstelling zijn vervuld en verlengt deze voor een periode van zes maanden tot 11 juni 2025. De beslissing is genomen met het oog op het afwachten van een KSCD-onderzoek en het stimuleren van verdere hulpverlening om het contact tussen de kinderen en de vader te verbeteren.