ECLI:NL:RBROT:2024:12885

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 oktober 2024
Publicatiedatum
18 december 2024
Zaaknummer
C/10/686310 / JE RK 24-2054
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens complexe thuissituatie en noodzakelijke jeugdbescherming

De gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting verzocht op 23 september 2024 om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2011, die sinds november 2023 onder toezicht staat. De mondelinge behandeling vond plaats op 30 oktober 2024, waarbij de moeder niet aanwezig was. De minderjarige woont bij de moeder, die het ouderlijk gezag heeft.

De situatie kenmerkt zich door een explosieve relatie tussen moeder en kind, waarbij de minderjarige fysiek en verbaal agressief kan zijn. De moeder slaagt er niet in voldoende opvoedingsstructuur te bieden. De minderjarige volgt geen school en heeft geen passende dagbesteding, terwijl hulpverlening stagneert. De jeugdbeschermer blijft noodzakelijk om de regie te voeren.

De kinderrechter acht de wettelijke criteria van artikel 1:255 BW Pro vervuld en verlengt de ondertoezichtstelling tot 23 november 2025. Het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing werd ingetrokken en daarom afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 23 november 2025.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/686310 / JE RK 24-2054
Datum uitspraak: 30 oktober 2024
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van
23 september 2024, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2024. Daarbij was een vertegenwoordiger van de GI, dhr. [persoon A] , aanwezig.
1.3.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder juist is opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] in de gelegenheid gesteld om zijn mening te geven.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij de moeder.
2.3.
Bij beschikking van 23 november 2023 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot
23 november 2024.
2.4.
Bij beschikking van 12 juli 2024 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend tot 23 november 2024.

3.Het (gewijzigde) verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI heeft ter zitting het verzoek met betrekking tot de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing ingetrokken.

4.Het standpunt van de GI

De GI handhaaft het (gewijzigde) verzoek en licht het als volgt toe. De relatie tussen de moeder en [voornaam minderjarige] is explosief en [voornaam minderjarige] gaat nog altijd niet naar school. Op dit moment is er slechts een jongerencoach betrokken, maar deze wordt niet binnengelaten. Ambulante hulpverlening is niet van de grond gekomen en [voornaam minderjarige] wordt op verschillende plekken niet geaccepteerd. [voornaam minderjarige] is tweemaal afgewezen door School to Care. De situatie loopt vast omdat er geen behandeling en passende verblijfplek voor [voornaam minderjarige] is. Op dit moment lijkt [voornaam minderjarige] wel motivatie te hebben voor School to Care. Er wordt ingezet op (nog) een gesprek daar. Daarna wordt er gekeken naar een ambulante vorm bij School to Care, waarbij er wordt gezocht naar een dagbesteding die bij [voornaam minderjarige] aansluit.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter overweegt daartoe het volgende.
5.2.
De afgelopen jaren is er veel gebeurd rondom de (thuis)situatie van [voornaam minderjarige] . Het gezin kenmerkt zich door de complexe problematiek van zowel de moeder als [voornaam minderjarige] . Er ontstaan geregeld conflicten tussen hen. [voornaam minderjarige] kan zich fysiek en verbaal agressief richting de moeder gedragen. Het lukt de moeder onvoldoende om haar opvoedvaardigheden te versterken; zij kan onvoldoende de grenzen en structuur bieden die [voornaam minderjarige] nodig heeft. Het is zorgelijk dat [voornaam minderjarige] geen zinvolle dagbesteding heeft en dat hij niet naar school gaat. Hulpverlening is de afgelopen periode niet van de grond gekomen en de situatie stagneert. [voornaam minderjarige] en de moeder zijn ambivalent in het accepteren van hulpverlening. De kinderrechter is van oordeel dat – gezien deze zorgelijke situatie – de betrokkenheid van een jeugdbeschermer noodzakelijk blijft om de regie te voeren. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] , zoals verzocht, verlengen voor de duur van een jaar (artikel 1:260, eerste lid, BW).
5.3.
Als gevolg van de intrekking van het verzoek om een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing kunnen de gronden van dat verzoek niet meer onderzocht worden. Gelet daarop zal het verzoek worden afgewezen.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 23 november 2025;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
6.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2024 door
mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van M.Y.R. Veldkamp als griffier, en op schrift gesteld op 21 november 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.