ECLI:NL:RBROT:2024:12900

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 november 2024
Publicatiedatum
18 december 2024
Zaaknummer
11072259 CV EXPL 24-11373
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 lid 1 sub c Elektriciteitswet 1998Art. 1 lid 1 sub o GaswetArt. 233 RvArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming voor afsluiting elektriciteits- en gasaansluiting wegens ontbreken energiecontract

In deze zaak vordert Stedin Netbeheer B.V. toestemming om de elektriciteits- en gasaansluiting bij de woning van gedaagde af te sluiten, omdat gedaagde sinds 7 juli 2023 geen energiecontract meer heeft afgesloten. Hierdoor gebruikt zij elektriciteit en gas zonder betaling, en is Stedin wettelijk verplicht de aansluitingen af te sluiten.

Gedaagde voert verweer, onder meer verwijzend naar lopende juridische procedures over de eigendom van de woning, maar dit staat buiten het geschil. De kantonrechter oordeelt dat zolang gedaagde als eigenaar en afnemer wordt aangemerkt, zij verplicht is een energiecontract te hebben. Het ontbreken daarvan maakt afsluiting gerechtvaardigd.

De kantonrechter machtigt Stedin de aansluitingen af te sluiten en de woning tijdelijk en gedeeltelijk te ontruimen voor de werkzaamheden, voor zover noodzakelijk. Gedaagde moet dit gedogen. De afsluitkosten worden afgewezen omdat gedaagde deze reeds heeft voldaan. Incassokosten en verdere proceskosten worden niet toegewezen vanwege onjuiste afboeking door Stedin en reeds gedane betalingen.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, zodat Stedin direct kan overgaan tot afsluiting, ook als hoger beroep wordt ingesteld.

Uitkomst: Stedin krijgt toestemming om de elektriciteits- en gasaansluiting af te sluiten en gedaagde moet dit gedogen; afsluitkosten en incassokosten worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11072259 CV EXPL 24-11373
datum uitspraak: 22 november 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stedin Netbeheer B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden ‘Stedin’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 12 april 2024, met bijlagen 1 tot en met 6;
  • de aantekeningen van het mondelinge antwoord van 6 juni 2024.
1.2.
Op 22 oktober 2024 is de zaak tijdens een zitting met partijen besproken. Namens Stedin was daarbij aanwezig [naam 1] namens de gemachtigde. [gedaagde] is in persoon verschenen, vergezeld door haar broer [naam 2].

2.De beoordeling

Waar gaat deze zaak over?
2.1.
In de woning van [gedaagde] aan [adres] bevinden zich een elektriciteits- en gasaansluiting. Stedin transporteert elektriciteit en gas naar de woning. [gedaagde] heeft hiervoor sinds 7 juli 2023 geen contract meer met een energieleverancier, waardoor zij elektriciteit en gas kan gebruiken zonder ervoor te betalen. Vanwege het ontbreken van een energiecontract is Stedin verplicht om deze aansluitingen af te sluiten.
Daarom eist Stedin dat zij de elektriciteits- en gasaansluiting mag afsluiten, dat [gedaagde] dat moet gedogen, dat Stedin de woning tijdelijk en gedeeltelijk mag ontruimen ten behoeve van de afsluitwerkzaamheden en dat [gedaagde] de afsluitkosten betaalt.
2.2.
[gedaagde] voert verweer. Op haar verweer wordt in de verdere beoordeling ingegaan.
2.3.
De kantonrechter wijst de gevorderde afsluiting toe. Hierna wordt uitgelegd waarom de kantonrechter tot deze beslissing gekomen is.
Stedin mag de elektriciteits- en gasaansluiting afsluiten en [gedaagde] moet dat gedogen
2.4.
Vaststaat dat [gedaagde] volgens het Kadaster (enig) eigenaar is van de woning. Zij heeft een aansluiting op het net en moet daarom als afnemer worden aangemerkt in de zin van de Elektriciteitswet en de Gaswet (artikel 1 lid 1 sub c van Pro de Elektriciteitswet 1998 en artikel 1 lid 1 sub o van Pro de Gaswet). Dit betekent dat op [gedaagde] de verplichting rust om een energiecontract af te sluiten. Omdat [gedaagde] sinds 7 juli 2023 geen energieleverancier meer heeft, is Stedin wettelijk verplicht om de elektriciteits- en gasaansluiting af te sluiten. Tijdens de zitting heeft [gedaagde] aangevoerd dat er al jarenlang juridische procedures lopen met betrekking tot (onder andere) de verkoop/eigendom van het pand. Hoe vervelend dit ook is voor [gedaagde], Stedin staat buiten dit geschil. Zolang [gedaagde] officieel eigenaar is van de woning en als afnemer moet worden gekwalificeerd, is zij verplicht om een energiecontract te hebben. Omdat zij dat niet heeft moet Stedin tot afsluiting overgaan.
2.5.
Het oordeel dat Stedin de elektriciteits- en gasaansluiting mag afsluiten, brengt mee dat [gedaagde] de werkzaamheden moet gedogen die Stedin daarvoor moet verrichten. Daarnaast mag Stedin de woning van [gedaagde] ontruimen om de elektriciteits- en gasaansluiting af te sluiten. Daarbij geldt wel dat [gedaagde] haar woning alleen hoeft te ontruimen voor de duur van de afsluitwerkzaamheden en voor zover dat voor het verrichten van de afsluitwerkzaamheden noodzakelijk is.
[gedaagde] heeft de afsluitkosten al betaald
2.6.
De kosten voor het afsluiten van de aansluitingen komen voor rekening van [gedaagde]. [gedaagde] heeft niet betwist dat die kosten € 238,34 zijn. Zij heeft echter op
4 maart 2024 al een bedrag van € 125,22 betaald aan de gemachtigde van Stedin en op
25 april 2024 een bedrag van € 152,92, derhalve in totaal € 278,14. Dat is dus meer dan de afsluitkosten. Dit betekent dat de afsluitkosten worden afgewezen. Ditzelfde geldt voor de (naar de kantonrechter begrijpt) gevorderde rente.
[gedaagde] hoeft geen incassokosten te betalen
2.7.
In het lijf van de dagvaarding heeft Stedin weliswaar gesteld dat [gedaagde] incassokosten is verschuldigd, maar omdat Stedin in de conclusie van de dagvaarding (in het petitum) deze kosten niet heeft gevorderd behoeft deze kwestie geen beoordeling en beslissing. [gedaagde] hoeft dus geen incassokosten te betalen.
[gedaagde] hoeft geen (verdere) proceskosten te betalen
2.8.
De proceskosten komen in beginsel voor rekening van [gedaagde], omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). Tijdens de zitting is echter gebleken dat Stedin de betalingen door [gedaagde] (zie r.o. 2.6) op een onjuiste wijze heeft afgeboekt op de vordering. Stedin heeft daarbij ook de incassokosten van € 120,- betrokken, die niet zijn gevorderd (zie r.o. 2.7), de dagvaardingskosten van € 113,54, vermeerderd met de ook niet gevorderde kadasterkosten van € 4,60 en het salaris voor de gemachtigde van € 40,-. Gelet op deze gang van zaken en omdat [gedaagde] al meer heeft betaald dan de afsluitkosten (zie r.o. 2.6) is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde] in redelijkheid geen (verdere) proceskosten hoeft te betalen. De kantonrechter begroot de proceskosten aan de zijde van Stedin daarom (verder) op nihil.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.9.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Stedin dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verleent een machtiging aan Stedin om werkzaamheden te verrichten aan het adres [adres], bestaande uit het opnemen van de meterstanden en het onderbreken van de energielevering al dan niet door middel van terugname door Stedin van de door haar ter beschikking gestelde energiemeters/meetinrichting, zijnde de elektriciteitsaansluiting met EAN-code [EAN-code 1] en meternummer [meternummer 1] en de gasaansluiting met EAN-code [EAN-code 2] en meternummer [meternummer 2];
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om te gedogen dat Stedin de onder 3.1 genoemde werkzaamheden verricht;
3.3.
bepaalt dat Stedin gerechtigd is om de woning aan het adres [adres] tijdelijk en gedeeltelijk te ontruimen, namelijk voor de duur van de afsluitwerkzaamheden en voor zover dat voor het verrichten van de onder 3.1 bedoelde werkzaamheden noodzakelijk is;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Stedin (verder) worden begroot op nihil;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Bezuijen en in het openbaar uitgesproken.
764