Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2024:12903

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 december 2024
Publicatiedatum
18 december 2024
Zaaknummer
11067903 CV EXPL 24-11159
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119a BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering betaling hoofdsom en incassokosten wegens niet-betaalde facturen zwembaddiensten

Sportfondsen Nissewaard heeft een overeenkomst met [gedaagde] waarbij het zwembad ter beschikking wordt gesteld en leraren worden verhuurd. [gedaagde] betaalde de facturen niet, waarop Sportfondsen Nissewaard een vordering instelde van € 3.964,90 plus incassokosten en rente.

[gedaagde] betwistte de hoogte van de facturen en het uurtarief, en stelde dat op bepaalde data geen diensten waren afgenomen. Sportfondsen Nissewaard specificeerde de hoofdsom opnieuw tot € 3.645,46, gebaseerd op een uurtarief van € 75,- exclusief btw, dat later met 7% werd geïndexeerd.

De kantonrechter oordeelde dat de aangepaste specificatie juist is, mede omdat [gedaagde] niet concreet heeft gemaakt op welke data geen diensten zijn afgenomen en het uurtarief was overeengekomen. De incassokosten werden toegewezen, terwijl de rente werd berekend over het aangepaste bedrag. De proceskosten werden aan [gedaagde] opgelegd en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 4.166,95 plus wettelijke handelsrente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11067903 CV EXPL 24-11159
datum uitspraak: 27 december 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Sportfondsen Nissewaard B.V.,
vestigingsplaats: Spijkenisse,
eiseres,
gemachtigde: AGIN Timmermans,
tegen
[gedaagde], h.o.d.n. [handelsnaam],
vestigingsplaats: [vestigingsplaats],
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Sportfondsen Nissewaard’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 15 april 2024, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de nadere productie van Sportfondsen Nissewaard van 12 november 2024.
1.2.
Op 26 november 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig [naam 1] en [naam 2] namens Sportfondsen Nissewaard met mr. M. Heeren namens haar gemachtigde. [gedaagde] is, hoewel zij daarvoor op de juiste wijze is opgeroepen, zonder bericht, niet verschenen.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
Sportfondsen Nissewaard en [gedaagde] hebben met elkaar een overeenkomst gesloten. Bij dagvaarding heeft Sportfondsen Nissewaard uitgelegd dat zij op grond van deze overeenkomst haar zwembad ter beschikking stelt aan [gedaagde] en dat [gedaagde] daarvoor een vergoeding betaalt. Volgens Sportfondsen Nissewaard heeft [gedaagde] de facturen niet betaald. Zij heeft in de dagvaarding gesteld dat het gaat om een bedrag van € 3.964,90 en geëist dat [gedaagde] dit bedrag aan haar betaalt. Omdat [gedaagde] de facturen niet op tijd heeft betaald, vordert Sportfondsen Nissewaard ook buitengerechtelijke incassokosten van € 521,49 en de wettelijke handelsrente die tot 26 maart 2024 € 434,73 bedraagt. In totaal vordert Sportfondsen Nissewaard € 4.921,12 met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
2.2.
[gedaagde] is het niet eens met de vordering en betwist de (hoogte van de) facturen. Zij voert daartoe aan dat zij op bepaalde data geen diensten heeft aangenomen, terwijl die wel in rekening zijn gebracht. Verder voert zij aan dat het gehanteerde uurtarief niet klopt. Ook is het uurtarief zonder een aankondiging verhoogd.
2.3.
Naar aanleiding van het antwoord van [gedaagde] heeft Sportfondsen Nissewaard op 12 november 2024 een nadere productie ingediend. Zij heeft daarin haar vordering ten aanzien van de hoofdsom opnieuw gespecificeerd en aangepast. Uit deze specificatie volgt dat de hoofdsom niet € 3.964,90, maar € 3.645,46 bedraagt.
2.4.
De kantonrechter wijst de hoofdsom van € 3.645,46 toe. [gedaagde] moet ook € 521,49 aan incassokosten en de wettelijke handelsrente betalen, zoals gevorderd. Hierna wordt uitgelegd waarop deze beslissing is gebaseerd.
De (aangepaste) hoofdsom
2.5.
Sportfondsen Nissewaard heeft tijdens de zitting haar vordering nader toegelicht en verklaard dat de hoofdsom € 3.645,46 bedraagt. Zij heeft uitgelegd dat [gedaagde] leraren van haar heeft ingehuurd. De zwembad mocht zij gratis gebruiken. De facturen zien dus op de vergoeding van de (ver)huur van de leraren. De vergoeding is berekend aan de hand van een uurtarief van € 68,81 exclusief btw. Inclusief btw is dat € 75,-. Nadien is dat uurtarief met 7% geïndexeerd, zodat het uurtarief daarmee € 80,24 (inclusief btw) is geworden. Sportfondsen Nissewaard heeft deze verhoging aan [gedaagde] medegedeeld en zij heeft hier niet tegen geprotesteerd. Wat betreft de data heeft Sportfondsen Nissewaard verklaard dat het wel eens voorkwam dat data zijn verzet, omdat de les dan niet door ging. Het verzetten is altijd in goed overleg gebeurd.
2.6.
Gelet op de uitleg die Sportfondsen Nissewaard heeft gegeven, kan niet worden uitgegaan van de juistheid van de facturen die ten grondslag liggen aan de hoofdsom in de dagvaarding. Omdat Sportfondsen Nissewaard ter zitting wel de aangepaste hoofdsom van € 3.645,46 nader heeft toegelicht en [gedaagde] dit niet heeft weersproken, gaat de kantonrechter ervan uit dat deze wel klopt. [gedaagde] heeft verder niet geconcretiseerd op welke data zij geen gebruik zou hebben gemaakt van de diensten van Sportfondsen Nissewaard, terwijl dat wel van haar mocht worden verwacht. De kantonrechter gaat er daarom ook vanuit dat de data zoals opgenomen in de aangepaste specificatie kloppen. Datzelfde geldt voor het uurtarief van € 75,-. Dat partijen dit uurtarief hebben afgesproken volgt bovendien uit de mail van [gedaagde] die zij op 22 januari 2024 aan de gemachtigde van Sportfondsen Nissewaard heeft gestuurd. Omdat de facturen die ten grondslag liggen aan de aangepaste hoofdsom op basis van een uurtarief van € 75,- zijn berekend, hoeft de verhoging van het uurtarief niet verder te worden besproken.
2.7.
Het voorgaande leidt tot het oordeel dat de aangepaste hoofdsom van € 3.645,46 wordt toegewezen. [gedaagde] moet dit bedrag aan Sportfondsen Nissewaard betalen.
Incassokosten
2.8.
De incassokosten van € 521,49 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro).
Rente
2.9.
De vordering tot vergoeding van € 434,73 aan vervallen wettelijke handelsrente zal worden afgewezen, omdat dit bedrag aan rente is berekend op basis van de hoofdsom die in de dagvaarding is gevorderd, terwijl de vordering wat betreft de hoofdsom wordt toegewezen op basis van de aangepaste specificatie en dus een lager bedrag aan hoofdsom. De gevorderde wettelijke handelsrente zal daarom worden toegewezen over het openstaande saldo van de facturen vanaf de vervaldata daarvan tot de dag dat volledig is betaald, nu [gedaagde] de facturen niet op tijd heeft betaald en dus in verzuim is geraakt.
In totaal zal worden toegewezen:
hoofdsom € 3.645,46 (plus wettelijke handelsrente over het openstaande saldo
van de facturen vanaf de vervaldata daarvan tot de dag dat volledig is betaald)
incassokosten
€ 521,49 +
€ 4.166,95
Proceskosten
2.10.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Sportfondsen Nissewaard moet betalen op € 125,37 aan dagvaardingskosten, € 496,- aan griffierecht, € 542,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 271,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.298,37. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.11.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Sportfondsen Nissewaard dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Sportfondsen Nissewaard te betalen € 4.166,95 met de wettelijke handelsrente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 3.645,46, te berekenen vanaf de vervaldata van de facturen tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Sportfondsen Nissewaard worden begroot op € 1.298,37;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst af het anders of meer gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken.
53954