Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 19 juni 2024, met bijlagen;
- het mondelinge antwoord;
- de repliek, met bijlagen;
- de dupliek.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een vordering van het CAK tegen een gedaagde die de eigen bijdrage voor Wmo-zorg over 2021 en 2022 niet volledig heeft betaald. Het CAK eist betaling van €399 exclusief rente en kosten. De gedaagde betwist de zorgafname en stelt slechts vijf keer hulp te hebben gehad, daarnaast voert zij aan onjuist te zijn gedagvaard en geen aanmaningen te hebben ontvangen.
De rechtbank oordeelt dat het CAK meerdere beschikkingen en facturen naar de gedaagde heeft gestuurd waarop zij niet heeft gereageerd of bezwaar heeft gemaakt. Hierdoor geldt de formele rechtskracht van deze beschikkingen en moet worden uitgegaan van de juistheid van de gegevens van de gemeente. De gedaagde heeft slechts drie betalingen gedaan, terwijl zij over 24 maanden eigen bijdrage verschuldigd was.
De incassokosten en wettelijke rente worden toegewezen omdat aan de wettelijke voorwaarden is voldaan en de gedaagde dit niet heeft betwist. De stelling van de gedaagde dat zij rauwelijks is gedagvaard wordt verworpen, aangezien het CAK voldoende betalingsherinneringen en aanmaningen heeft verzonden. De proceskosten worden aan de zijde van het CAK begroot op €467,39 en worden aan de gedaagde opgelegd. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gedaagde tot betaling van de eigen bijdrage Wmo, incassokosten, rente en proceskosten aan het CAK.