ECLI:NL:RBROT:2024:12907

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 december 2024
Publicatiedatum
18 december 2024
Zaaknummer
11207191 CV EXPL 24-17300
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering CAK tot betaling eigen bijdrage Wmo-zorg en proceskosten

De zaak betreft een vordering van het CAK tegen een gedaagde die de eigen bijdrage voor Wmo-zorg over 2021 en 2022 niet volledig heeft betaald. Het CAK eist betaling van €399 exclusief rente en kosten. De gedaagde betwist de zorgafname en stelt slechts vijf keer hulp te hebben gehad, daarnaast voert zij aan onjuist te zijn gedagvaard en geen aanmaningen te hebben ontvangen.

De rechtbank oordeelt dat het CAK meerdere beschikkingen en facturen naar de gedaagde heeft gestuurd waarop zij niet heeft gereageerd of bezwaar heeft gemaakt. Hierdoor geldt de formele rechtskracht van deze beschikkingen en moet worden uitgegaan van de juistheid van de gegevens van de gemeente. De gedaagde heeft slechts drie betalingen gedaan, terwijl zij over 24 maanden eigen bijdrage verschuldigd was.

De incassokosten en wettelijke rente worden toegewezen omdat aan de wettelijke voorwaarden is voldaan en de gedaagde dit niet heeft betwist. De stelling van de gedaagde dat zij rauwelijks is gedagvaard wordt verworpen, aangezien het CAK voldoende betalingsherinneringen en aanmaningen heeft verzonden. De proceskosten worden aan de zijde van het CAK begroot op €467,39 en worden aan de gedaagde opgelegd. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gedaagde tot betaling van de eigen bijdrage Wmo, incassokosten, rente en proceskosten aan het CAK.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 11207191 CV EXPL 24-17300
datum uitspraak: 6 december 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
CAK,
vestigingsplaats: Den Haag,
eiseres,
gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde,
die zelf procedeert.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 19 juni 2024, met bijlagen;
  • het mondelinge antwoord;
  • de repliek, met bijlagen;
  • de dupliek.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] moet maandelijks € 19,- aan eigen bijdrage voor de Wmo-zorg betalen. Zij heeft dit volgens het CAK over een periode van 2021 tot en met 2022 meerdere keren niet gedaan. Het CAK eist daarom betaling van € 399,- exclusief rente en kosten. [gedaagde] stelt slechts vijf keer hulp te hebben gehad. Zij heeft drie facturen ontvangen en drie betaald. Hiernaast zou zij rauwelijks gedagvaard zijn en heeft zij de aanmaningen niet ontvangen. Nadat ze contact op heeft genomen werd gezegd dat alles opgelost werd. Verder moest de enige brief die [gedaagde] heeft ontvangen als niet verzonden worden beschouwd. De kantonrechter wijst de vordering toe, hieronder wordt uitgelegd waarom.
Wmo-zorg
2.2.
[gedaagde] heeft volgens de gemeente in bovengenoemde periode zorg ontvangen. [gedaagde] betwist dit. Er zijn echter door het CAK meerdere beschikkingen naar haar gezonden over de Wmo-zorg. Zij heeft hier niet op gereageerd of hier bezwaar tegen gemaakt. Zij heeft ook niet op de facturen gereageerd. Omdat [gedaagde] geen bezwaar heeft gemaakt, moet de kantonrechter uitgaan van de juistheid van de CAK-beschikkingen (formele rechtskracht). Dit betekent dat het CAK de maandelijkse Wmo-premie terecht in rekening heeft gebracht. Het CAK heeft echter maar drie keer een betaling ontvangen en eenentwintig maanden niet. De overige premies moeten ook worden betaald. De vordering wordt toegewezen.
Incassokosten en rente
2.3.
De incassokosten van € 72,42 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW)).
De rente wordt toegewezen omdat het CAK genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
Proceskosten
2.4.
[gedaagde] stelt dat zij rauwelijks is gedagvaard. Uit de stukken die het CAK heeft overgelegd, blijkt dat het CAK meerdere betalingsherinneringen naar [gedaagde] heeft verzonden. Ook Flanderijn heeft meerdere keren schriftelijk verzocht om betaling. Verder blijkt nergens uit dat een medewerker heeft aangegeven dat alles opgelost zou worden of een brief als niet verzonden mocht worden beschouwd. Het CAK heeft [gedaagde] dan ook voldoende de tijd gegeven om te reageren op de vordering. Dit heeft zij niet gedaan en daarom heeft het CAK terecht een procedure gestart. [gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van het CAK op € 137,39 aan dagvaardingskosten,
€ 130,- aan griffierecht, € 160,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 80,-) en € 40,- aan nakosten. Dat is in totaal € 467,39. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat het CAK dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan het CAK te betalen € 484,89 met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 399,- vanaf 19 juni 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van het CAK worden vastgesteld op € 467,39;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Lablans en in het openbaar uitgesproken.
62914