Stichting Woonplus vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woonruimte vanwege een huurachterstand van [gedaagde]. Daarnaast eist zij betaling van de achterstand, rente en incassokosten. De kantonrechter wijst slechts een huurachterstand van € 75,79 toe en wijst de ontbinding en ontruiming af omdat de achterstand niet ernstig genoeg is.
De procedure bevat diverse akten en stukken waarin partijen hun standpunten onderbouwen. [gedaagde] betwist de omvang van de huurachterstand en stelt dat zij deze heeft ingelopen. De kantonrechter analyseert de betalingsspecificaties en constateert dat Stichting Woonplus ten onrechte dubbele huur voor januari 2022 heeft opgevoerd en geen onderbouwing heeft gegeven voor een vermeende stornering. Hierdoor wordt de vordering verminderd.
De kantonrechter oordeelt dat ontbinding alleen kan worden toegewezen bij een ernstige huurachterstand, wat hier niet het geval is. De achterstand bedroeg minder dan drie maanden bij dagvaarding en is inmiddels ingelopen tot minder dan een maand huur. Tevens wordt het boetebeding in de huurovereenkomst als oneerlijk aangemerkt, waardoor incassokosten en rente worden afgewezen.
Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventuele hoger beroep procedures.