De zaak betreft een verzetprocedure tegen een verstekvonnis waarin eiser een bedrag van €3.350,- vorderde voor werkzaamheden aan een Excelbestand. De gedaagde betwistte de hoogte van het bedrag en stelde dat de overeenkomst niet met hem persoonlijk, maar met zijn BV was gesloten.
De rechtbank oordeelt dat de overeenkomst is gesloten tussen eiser en de BV als opdrachtgever. Er is geen schriftelijke overeenkomst en de facturen zijn aan de BV gestuurd, die ook een deel van het factuurbedrag heeft betaald. Het enkele feit dat berichten via het privételefoonnummer of e-mailadres van de gedaagde zijn verzonden, is onvoldoende om te concluderen dat de overeenkomst met hem persoonlijk is gesloten.
Omdat eiser onvoldoende heeft gesteld dat de overeenkomst met de gedaagde in persoon is gesloten, is er geen betalingsverplichting van de gedaagde persoonlijk. Het verstekvonnis wordt vernietigd en de vordering afgewezen. De proceskosten worden aan eiser opgelegd en begroot op €814,22. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.