ECLI:NL:RBROT:2024:12914

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 december 2024
Publicatiedatum
18 december 2024
Zaaknummer
10983162 CV EXPL 24-7153
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering afgewezen wegens ontbreken schriftelijke overeenkomst met privépersoon

De zaak betreft een verzetprocedure tegen een verstekvonnis waarin eiser een bedrag van €3.350,- vorderde voor werkzaamheden aan een Excelbestand. De gedaagde betwistte de hoogte van het bedrag en stelde dat de overeenkomst niet met hem persoonlijk, maar met zijn BV was gesloten.

De rechtbank oordeelt dat de overeenkomst is gesloten tussen eiser en de BV als opdrachtgever. Er is geen schriftelijke overeenkomst en de facturen zijn aan de BV gestuurd, die ook een deel van het factuurbedrag heeft betaald. Het enkele feit dat berichten via het privételefoonnummer of e-mailadres van de gedaagde zijn verzonden, is onvoldoende om te concluderen dat de overeenkomst met hem persoonlijk is gesloten.

Omdat eiser onvoldoende heeft gesteld dat de overeenkomst met de gedaagde in persoon is gesloten, is er geen betalingsverplichting van de gedaagde persoonlijk. Het verstekvonnis wordt vernietigd en de vordering afgewezen. De proceskosten worden aan eiser opgelegd en begroot op €814,22. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vordering wordt afgewezen omdat onvoldoende is gesteld dat de overeenkomst met de privépersoon is gesloten in plaats van met zijn BV.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 10983162 CV EXPL 24-7153
datum uitspraak: 6 december 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[persoon A] ,
woonplaats: Utrecht,
eiser,
gedaagde in verzet,
die in persoon procedeert,
tegen:
[persoon B] ,
woonplaats: Capelle aan den IJssel,
gedaagde,
eiser in verzet,
gemachtigde: mr. R. Hutjens.
De partijen worden hierna ‘ [persoon A] ’ en ‘ [persoon B] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 21 december 2023, met bijlagen;
  • het verstekvonnis van deze rechtbank van 31 januari 2024 met zaaknummer 10864300 CV EXPL 24-282;
  • de verzetdagvaarding van 1 maart 2024;
  • de nadere producties van [persoon A] .
1.2.
Op 29 oktober 2024 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij waren [persoon A] en [persoon B] met zijn gemachtigde aanwezig.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[persoon B] heeft [persoon A] opdracht gegeven om een Excelbestand te automatiseren voor het bedrijf van [persoon B] (hierna: [bedrijf B] ). Er is een overeenkomst tot stand gekomen, maar er zijn geen afspraken gemaakt over de prijs. [persoon A] vordert een bedrag van € 3.350,- inclusief het factuurbedrag van € 500,- dat [bedrijf B] al heeft betaald en exclusief kosten voor zijn werkzaamheden. Deze vordering is toegewezen in het verstekvonnis van 31 januari 2024. [persoon B] heeft verzet ingesteld. Hij betwist de hoogte van dit bedrag en betwist ook dat hij dit bedrag als privépersoon moet betalen omdat hij de overeenkomst namens zijn B.V. heeft gesloten. De kantonrechter vernietigt het verstekvonnis. Hieronder wordt uitgelegd waarom.
De overeenkomst is gesloten tussen [persoon A] en [bedrijf B]
2.2.
Partijen twisten over de vraag wie de contractuele wederpartij van [persoon A] is. [persoon B] voert aan dat de overeenkomst niet met hem in persoon, maar met [bedrijf B] is gesloten. De kantonrechter oordeelt dat de overeenkomst is gesloten tussen [bedrijf B] als opdrachtgever en [persoon A] als opdrachtnemer. Het antwoord op de vraag of iemand jegens een ander bij het sluiten van een overeenkomst in eigen naam - dat wil zeggen als wederpartij van die ander - is opgetreden, afhangt van wat hij en die ander daaromtrent jegens elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden. Daarbij spelen alle omstandigheden van het geval een rol.
2.3.
In dit geval is er geen schriftelijke overeenkomst en zijn de facturen aan [bedrijf B] gestuurd. [persoon B] mocht handelen in naam van [bedrijf B] en [bedrijf B] heeft de factuur aan [persoon A] betaald. Verder blijkt nergens uit dat [persoon B] de overeenkomst als privépersoon heeft gesloten. Dat hij berichten naar [persoon A] heeft gestuurd vanaf zijn privé telefoon of e-mailadres verandert dit niet. [persoon A] heeft zijn stelling dat de overeenkomst is gesloten met [persoon B] in persoon dan ook onvoldoende onderbouwd. Dat betekent dat er geen sprake kan zijn van enige (resterende) betalingsverplichting van [persoon B] voor de werkzaamheden. Daarom wordt de vordering afgewezen.
Proceskosten
2.4.
De proceskosten komen voor rekening van [persoon A] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). De kantonrechter begroot de kosten die aan [persoon A] aan [persoon B] moet betalen op € 136,72 aan dagvaardingskosten,
€ 542,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 271,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 814,22. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [persoon B] dat eist en [persoon A] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
vernietigt het op 31 januari 2024 tussen de partijen gewezen verstekvonnis met zaaknummer 10864300 CV EXPL 24-282;
3.2.
wijst de vordering af;
3.3.
veroordeelt [persoon A] in de kosten van de verzetprocedure, die aan de kant van [persoon B] worden begroot op € 814,22;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom en in het openbaar uitgesproken.
62914