Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 december 2024 in de zaak tussen
[naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres,
[naam verweerder] , verweerder,
Procedure
Hieraan heeft de gemachtigde van eiseres deelgenomen, vergezeld door [persoon A] , directeur van eiseres. Namens verweerder is de gemachtigde verschenen, vergezeld van
[persoon B] en [persoon C] , medewerkers van verweerder.
Juridisch kader
De beroepspraktijkvorming wordt verzorgd door zogenoemde leerbedrijven, die daarvoor een erkenning van verweerder hebben gekregen. Verweerder is belast met erkenning van leerbedrijven en het bepalen van de erkenningsvoorwaarden. Deze erkenningsvoorwaarden waren ten tijde hier in geding door verweerder neergelegd in het Reglement erkenning leerbedrijven [naam verweerder] (Erkenningsreglement). Verweerder heeft een zelfstandige onderzoeksbevoegdheid naar de voorwaarden voor erkenning, ook binnen de looptijd van een afgegeven erkenning. Artikel 1.5.3, vierde lid, van de WEB bepaalt dwingend dat als niet (meer) aan de voorwaarden voor erkenning wordt voldaan, erkenning door verweerder wordt geweigerd of ingetrokken. Daarbij is het aan verweerder om aannemelijk te maken dat niet aan de desbetreffende erkenningsvoorwaarde is voldaan.
Het geschil
e-mail toegestuurd aan [persoon D] .
Het niet voldoen aan deze voorwaarde door eiseres was volgens verweerder voldoende grond voor intrekking van de algehele erkenning. Verweerder behoefde de intrekking niet te beperken tot de kwalificatie “social work” van de betrokken klaagster, nu de klacht betrekking had op sociale veiligheid en [persoon A] binnen het leerbedrijf van eiseres daarop bepalende invloed had. Dat eiseres per 1 september 2022 als gevolg van de intrekking geen studenten kon inzetten voor haar bedrijf, maakt de intrekking evenmin onevenredig. Het is volgens verweerder niet de bedoeling dat een leerbedrijf zijn continuïteit afhankelijk stelt van de inzet van studenten. Daar komt bij dat verweerder voortvarend de nieuwe erkenning van eiseres heeft opgepakt.
Beoordeling door de rechtbank
Was eiseres niet bereid tot samenwerking met verweerder?
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.M. Lammerse, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 december 2024.