Eiseres, gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire, vordert dat de Minister van Financiën haar private schulden overneemt binnen de hersteloperatie toeslagen. De schuld aan [bedrijf 1] van €5.592,04 werd geweigerd omdat niet was vastgesteld dat deze schuld vóór 1 juni 2021 opeisbaar was geworden. Eiseres stelt dat de schuld wel binnen de referteperiode opeisbaar is gesteld en beroept zich op het vertrouwensbeginsel vanwege een brief van Sociale Banken Nederland (SBN) waarin stond dat de schuld zou worden afbetaald.
De rechtbank beoordeelt het beroep op het vertrouwensbeginsel aan de hand van een driestappen toets: of sprake is van een toezegging, of deze aan het bevoegde bestuursorgaan kan worden toegerekend, en wat de betekenis van het gewekte vertrouwen is. De brief van SBN wordt als een toezegging gezien die aan de Minister kan worden toegerekend. Het belang van eiseres bij het vertrouwen weegt zwaarder dan het formele standpunt over opeisbaarheid van de schuld.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat de schuld aan [bedrijf 1] moet worden overgenomen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter A.J. van Spengen op 20 december 2024.