Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1],
1.De procedure
- de dagvaarding van 25 maart 2024, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de brief van 9 oktober 2024 van Hef Wonen, met bijlagen;
- de spreekaantekeningen van [gedaagde 1] en [gedaagde 2].
- namens Hef Wonen: [naam] (medewerker sociaal beheer) bijgestaan door mr. R. van der Hoeff;
- [gedaagde 1], [gedaagde 2] en de heer [gedaagde 2] als tolk (nummer [nummer]) bijgestaan door
2.De beoordeling
“Desgewenst moet de huurder kunnen bewijzen dat hij zijn hoofdverblijf heeft in de woning”. Op basis van de geldende jurisprudentie wordt een dergelijk beding niet als onredelijk bezwarend in de zin van artikel 6:236 sub k BW Pro, 6:237 sub b BW en/of Richtlijn 93/131 beschouwd en daarom kan daar in beginsel niet aan worden voorbijgegaan.