ECLI:NL:RBROT:2024:12974

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 december 2024
Publicatiedatum
20 december 2024
Zaaknummer
11321574 CV EXPL 24-24265
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering achterstallige premie zorgverzekering zonder betalingsregeling

De zaak betreft een vordering van Zilveren Kruis Zorgverzekeringen tegen een verzekerde die achterstallige premies niet heeft betaald. Zilveren Kruis eist betaling van € 1.044,49 aan achterstallige premie, vermeerderd met incassokosten en rente. De verzekerde erkent de schuld maar wenst een betalingsregeling, die door Zilveren Kruis is afgewezen.

De kantonrechter oordeelt dat Zilveren Kruis niet verplicht is een betalingsregeling te accepteren en dat de kantonrechter deze ook niet kan opleggen. De vordering wordt daarom volledig toegewezen, inclusief de incassokosten van € 138,59 en rente van € 70,11 tot de dag van dagvaarding, met wettelijke rente vanaf 14 september 2024.

De verzekerde moet in totaal € 1.223,19 betalen, plus proceskosten van € 667,88. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat Zilveren Kruis direct kan incasseren. De persoonlijke omstandigheden van de verzekerde leiden niet tot een andere beoordeling.

Uitkomst: De verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van € 1.223,19 aan Zilveren Kruis, inclusief rente en incassokosten, zonder oplegging van een betalingsregeling.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11321574 CV EXPL 24-24265
datum uitspraak: 13 december 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.,
vestigingsplaats: Utrecht,
eiseres,
gemachtigde: [naam],
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde,
die zelf procedeert.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 13 september 2024, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlagen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

Wat is de kern?
2.1.
[gedaagde] heeft met Zilveren Kruis een zorgverzekeringsovereenkomst afgesloten. [gedaagde] moet voor deze verzekering iedere maand premie betalen. Zilveren Kruis eist een bedrag van € 1.044,49 aan achterstallige premie van [gedaagde]. Daarnaast eist zij buitengerechtelijke kosten en rente.
2.2.
[gedaagde] wil de achterstallige premie wel betalen, maar is het niet eens met de dagvaarding, omdat hij een betalingsregeling wil. Hij heeft een voorstel gedaan, maar de gemachtigde van Zilveren Kruis heeft dit afgewezen.
2.3.
De vorderingen van Zilveren Kruis worden toegewezen. Dit betekent dat [gedaagde] € 1.223,19 moet betalen aan Zilveren Kruis.
Betalingsregeling
2.4.
[gedaagde] schrijft dat zijn aanvraag voor een betalingsregeling door Zilveren Kruis is afgewezen. De kantonrechter overweegt dat Zilveren Kruis niet hoeft in te stemmen met een betalingsregeling; zij mag dit weigeren. Het weigeren van een betalingsregeling is dan ook geen reden om de eis (inclusief de gevorderde kosten) af te wijzen. De kantonrechter kan een betalingsregeling niet aan partijen opleggen. [gedaagde] kan na dit vonnis met (de gemachtigde van) Zilveren Kruis bespreken of alsnog een betalingsregeling mogelijk is.
[gedaagde] moet in totaal € 1.223,19 betalen
2.5.
[gedaagde] ontkent niet dat hij de premie van juni 2022 tot en met juli 2024 (deels) niet heeft betaald. [gedaagde] heeft niet ontkend dat het hier gaat om een bedrag van – in totaal - € 1.044,49. Daarop komt in mindering een betaling van [gedaagde] van €30,00. [gedaagde] moet daarom € 1.014,49 aan achterstallige premie betalen aan Zilveren Kruis. De persoonlijke omstandigheden die [gedaagde] aandraagt maken dit oordeel niet anders, omdat – hoe vervelend ook voor [gedaagde] – die niet meebrengen dat hij zijn premie niet hoeft te betalen.
2.6.
De incassokosten van € 138,59 (inclusief btw) worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro).
2.7.
De rente wordt toegewezen, omdat Zilveren Kruis genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. In de dagvaarding staat dat de verschuldigde rente tot en met de dag van de dagvaarding (13 september 2024) € 70,11 bedraagt zodat de lopende rente wordt toegewezen vanaf 14 september 2024.
2.8.
In totaal wordt dus toegewezen € 1.014,49 + € 138,59 + € 70,11 = € 1.223,19, met rente vanaf 14 september 2024 over € 1.014,49.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.9.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Zilveren Kruis moet betalen op € 137,38 aan dagvaardingskosten, € 328,00 aan griffierecht, € 135,00 aan salaris voor de gemachtigde (1 punt x € 135,00) en € 67,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 667,88. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.10.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Zilveren Kruis dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis te betalen € 1.223,19 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 1.014,49 vanaf 14 september 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Zilveren Kruis worden begroot op € 667,78;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.
64363