Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2024:12985

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 december 2024
Publicatiedatum
20 december 2024
Zaaknummer
83/248841-23 (ontneming)
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel door medeplegen professioneel vuurwerk

De rechtbank Rotterdam heeft op 11 december 2024 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen de veroordeelde, die is veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk ter beschikking stellen en voorhanden hebben van professioneel vuurwerk. De ontnemingsvordering betrof het vaststellen en ontnemen van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit deze strafbare feiten.

Het wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld op €723,- op basis van een ontnemingsrapport dat de baten van bewezenverklaarde en vermoedelijke strafbare feiten berekende. De verdediging voerde aan dat het voordeel nihil moest zijn, onder verwijzing naar een mededader en onduidelijkheid over de omzetperiode, maar dit werd door de rechtbank onvoldoende gemotiveerd bevonden.

Vanwege medeplegen en de inbeslagname en vernietiging van een grote partij professioneel vuurwerk bij de mededader, achtte de rechtbank het billijk om de inkoopkosten van het inbeslaggenomen vuurwerk in mindering te brengen op de betalingsverplichting. Omdat de inkoopkosten naar verwachting hoger zijn dan het berekende voordeel, werd de betalingsverplichting vastgesteld op nihil.

De rechtbank wees het meer of anders gevorderde af en baseerde haar beslissing op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. Het vonnis is gewezen door drie rechters en is nog niet onherroepelijk.

Uitkomst: Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld op €723,- en de betalingsverplichting wordt vastgesteld op nihil.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1
Parketnummer: 83/248841-23 (ontneming)
Datum uitspraak: 11 december 2024
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, naar aanleiding van de vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht van de officier van justitie in de zaak tegen:
[veroordeelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres],
raadsman mr. L.A.R. Newoor, advocaat te Rotterdam.

1.Procedure

De ontnemingsvordering is aanhangig gemaakt op de zitting van 27 november 2024.
Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 27 november 2024, gelijktijdig met het
onderzoek van de strafzaak.

2.Voorafgaande veroordeling

Bij vonnis van deze rechtbank van 11 december 2024 (hierna: het vonnis van de strafzaak) is [veroordeelde] (hierna: de veroordeelde) veroordeeld voor – kort samengevat – het:
  • opzettelijk ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk aan personen zonder gespecialiseerde kennis;
  • opzettelijk als een ander dan een persoon niet gespecialiseerde kennis voorhanden hebben van een hoeveelheid professioneel vuurwerk in een personenauto;
  • opzettelijk als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis opslaan en voorhanden hebben van een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk in loods;
  • opzettelijk voorbereidingshandelingen te plegen voor het ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk aan personen zonder gespecialiseerde kennis door professioneel vuurwerk op snapchat te koop aan te bieden.
Dit vonnis is niet onherroepelijk.
Een kopie van het vonnis is als bijlage bij dit vonnis gevoegd.

3.Vordering

De vordering van de officier van justitie mr. K. Broere strekt tot:
- het vaststellen van het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e lid 2 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) op een bedrag van € 723.-;
- het opleggen aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van € 723,- ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel.
De vordering is gebaseerd op artikel 36e, tweede lid Sr. Volgens de officier van justitie is er sprake van voordeel verkregen door middel van of uit de baten van de strafbare feiten waarvoor de veroordeelde is veroordeeld en andere strafbare feiten waarvoor voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan.

4.Standpunt verdediging

De verdediging heeft primair gesteld dat het wederrechtelijk verkregen voordeel dient te worden vastgesteld op nihil, conform het ontnemingsvonnis in de zaak van mededader [medeverdachte].
Subsidiair heeft de verdediging gesteld dat de ontnemingsvordering dient te worden afgewezen, nu uit de notities van mededader [medeverdachte] onvoldoende blijkt wanneer de door het Openbaar Ministerie gestelde omzet is gegenereerd.
Meer subsidiair heeft de verdediging gesteld dat het Openbaar Ministerie uitgaat van een langere periode dan de tenlastelegging en verzoekt dit naar rato mee te nemen in de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

5.Beoordeling en schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel

In het vonnis van de strafzaak is vastgesteld dat de strafbare feiten door de veroordeelde zijn begaan.
Uit het rapport “berekening wederrechtelijk verkregen voordeel” [1] (hierna: het ontnemingsrapport), volgt dat de veroordeelde door middel van en uit de baten van deze bewezenverklaarde feiten en andere feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan, wederrechtelijk voordeel heeft verkregen
De berekening van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden geschat, is gebaseerd op de berekening in het ontnemingsrapport en het standpunt van de veroordeelde als hierna genoemd. Deze berekening is in het ontnemingsrapport voldoende onderbouwd door middel van wettige en nauwkeurig aangeduide bewijsmiddelen en is door de verdediging onvoldoende gemotiveerd weersproken.
Totale genoten wederrechtelijk verkregen voordeel
Volgens de in het ontnemingsrapport genoemde berekening betreft het totale genoten wederrechtelijk verkregen voordeel € 723,-.
Toerekening
Gebleken is dat de veroordeelde door middel van en uit de baten van strafbare feiten wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Dit voordeel dient hem te worden ontnomen.
Conclusie
Gezien het voorgaande wordt het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 723.-.

6.Vaststelling van de betalingsverplichting

Uitgangspunt is dat de betalingsverplichting wordt vastgesteld op het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel. In deze zaak geldt echter het volgende.
De rechtbank heeft in het vonnis van de strafzaak vastgesteld dat er ten aanzien van de strafbare feiten waarop de ontnemingsvordering ziet sprake is van medeplegen.
Op 10 oktober 2023 is onder de mededader [medeverdachte] een grote partij professioneel vuurwerk in beslag genomen en deze partij is vernietigd. Nu er sprake is van medeplegen, gaat de rechtbank ervan uit dat dit vuurwerk ook van de veroordeelde was.
Gelet op het reparatoire karakter van de ontnemingsmaatregel en de aanzienlijke hoeveelheid vuurwerk die in beslag is genomen, acht de rechtbank het in dit geval billijk de inkoopkosten van het inbeslaggenomen vuurwerk in mindering te brengen op de hoogte van de betalingsverplichting.
Op basis van het ontnemingsrapport kan niet worden geschat hoe hoog de inkoopkosten van het inbeslaggenomen vuurwerk voor de veroordeelde zijn geweest. Gelet echter op de aanzienlijke hoeveelheid vuurwerk die in beslag is genomen en de bedragen die de
veroordeelde en [medeverdachte] eerder voor ingekocht vuurwerk blijkens de notities van [medeverdachte] hebben betaald én de verklaring dat de opbrengst daarvan is geïnvesteerd in het inbeslaggenomen vuurwerk, acht de rechtbank het aannemelijk dat de inkoopkosten hiervan in ieder geval hoger zijn geweest dan het berekende wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank stelt dan ook het door de veroordeelde aan de staat terug te betalen bedrag vast op nihil.

7.Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

8.Beslissing

De rechtbank:
stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt
geschat, vast op
€ 723,-(zegge:
zevenhonderd drieëntwintig euro);
stelt het door de veroordeelde aan de staat terug te betalen bedrag op nihil;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.C.J. Peeck, voorzitter,
en mrs. H.J. de Kraker en J. van de Klashorst, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.E. Kroon, griffier,
en uitgesproken op 11 december 2024.

Voetnoten

1.Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van politie nummer PL1700-2023310106.