Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 11 april 2024, met bijlagen 1 tot en met 5;
- het antwoord;
- de mail van de gemachtigde van Van den Bosse, met bijlagen 1 tot en met 3.
Rechtbank Rotterdam
Havensteder verhuurde een woning aan [gedaagde], waarin circa 10 kilo heroïne en 1 kilo cocaïne werden aangetroffen. De burgemeester sloot de woning voor drie maanden op grond van de Opiumwet. Tijdens deze periode ontbond Havensteder de huurovereenkomst buitengerechtelijk. De rechtbank bevestigt dat deze ontbinding rechtsgeldig is, gelet op artikel 7:231 lid 2 BW Pro en artikel 6:265 lid 1 BW Pro, mede omdat Havensteder geen misbruik van bevoegdheid maakte.
De huurder heeft zich niet als goed huurder gedragen door het aanwezig hebben van drugs en een handvuurwapen in de woning, wat in strijd is met artikel 7:213 BW Pro en de algemene huurvoorwaarden. De verklaring van de huurder over de aanwezigheid van de drugs werd door de rechtbank als ongeloofwaardig beoordeeld. De belangen van Havensteder en de veiligheid van de woonomgeving wegen zwaarder dan het woonbelang van de huurder en zijn gezin.
De rechtbank veroordeelt de bewindvoerder Van den Bosse tot ontruiming van de woning binnen 14 dagen en tot betaling van een contractuele boete van €2.500,- met rente vanaf de dag van dagvaarding. Tevens worden de proceskosten aan Van den Bosse opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat onmiddellijke uitvoering mogelijk is.
Uitkomst: De huurovereenkomst is buitengerechtelijk ontbonden, ontruiming binnen 14 dagen opgelegd en boete met rente toegewezen.