ECLI:NL:RBROT:2024:13046

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 november 2024
Publicatiedatum
23 december 2024
Zaaknummer
10/072124-22
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 282 lid 1 SrArt. 47 lid 1 SrArt. 312 lid 2 SrArt. 317 lid 1 SrArt. 317 lid 3 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wederrechtelijke vrijheidsberoving en afpersing in Capelle aan den IJssel

Op 15 november 2024 heeft de rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van wederrechtelijke vrijheidsberoving en afpersing op of omstreeks 6 december 2021 te Capelle aan den IJssel. De officier van justitie en de verdediging hebben beiden de vrijspraak gevorderd, waarbij de verdediging stelde dat de verklaring van de aangever niet als bewijs kon dienen vanwege het ontbreken van een mogelijkheid tot nader verhoor.

De rechtbank heeft geoordeeld dat het bewijs onvoldoende was om de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend vast te stellen. De verklaringen van de aangever werden niet ondersteund door voldoende steunbewijs, mede doordat het niet mogelijk was de aangever nader te horen bij de rechter-commissaris. Daarnaast waren er verschillen en onjuistheden in de verklaringen die twijfel opriepen.

Daarom verklaarde de rechtbank de ten laste gelegde feiten niet bewezen en sprak verdachte vrij. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven, dat eerder was geschorst. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer voor strafzaken onder leiding van voorzitter F.A. Hut, met de rechters J.J. Klomp en D. van Putten.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1
Parketnummer: 10/072124-22
Datum uitspraak: 15 november 2024
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres],
raadsman mr. S.R. Bordewijk, advocaat te Schiedam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 15 november 2024.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. P. Wijnands heeft gevorderd dat de verdachte wordt vrijgesproken van de twee ten laste gelegde feiten.

4.Vrijspraak

Standpunt verdediging
De verdachte dient van de ten laste gelegde feiten te worden vrijgesproken, nu de verklaring van de aangever niet kan worden gebruikt als bewijsmiddel. Ondanks diverse oproepen is het niet gelukt om de aangever bij de rechter-commissaris nader te horen en te ondervragen. De verdediging heeft geen afstand gedaan van de getuige.
Mocht de rechtbank toch oordelen dat er voldoende steunbewijs aanwezig is om de verklaringen van de aangever als bewijs te kunnen gebruiken, dan geldt dat de verklaringen van de aangever op essentiële punten verschillend en onjuist zijn. Er moet dan ook getwijfeld worden aan de inhoud van zijn afgelegde verklaringen. Ook dat betekent dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de ten laste gelegde feiten is.
Beoordeling rechtbank
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 en 2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken. Naar het oordeel van de rechtbank is er in het dossier onvoldoende (steun)bewijs voor de verklaringen van de aangever dat hij wederrechtelijk van zijn vrijheid is beroofd en is afgeperst.

5.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

6.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.
Dit vonnis is gewezen door mr. mr. F.A. Hut, voorzitter,
en mrs. J.J. Klomp en D. van Putten, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. N. Jallal, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 15 november 2024.
De oudste rechter en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij, op of omstreeks 6 december 2021 te Capelle aan den IJssel
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid
heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door
- die [slachtoffer] onder bedreiging met een vuurwapen (gelijkend
voorwerp) in een personenauto te (laten) stappen en/of daarbij al dan niet
gezichtsbedekkende kleding te dragen en/of daarbij dreigend de woorden toe te
voegen "Stap in of je wordt geschoten", althans woorden van gelijke aard en/of
strekking en/of
- voornoemd vuurwapen (gelijkend voorwerp) te richten op die [slachtoffer]
en/of
- de woorden toe te voegen "We willen nu geld hebben, 2500 euro, anders kom je
niet weg", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- ( vervolgens) met voornoemde auto rond te gaan rijden;
( art 282 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
2
hij op of omstreeks 6 december 2021 te Capelle aan den IJssel
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een horloge, in elk geval
enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer], in elk geval aan
een derde toebehoorde(n) door
- die [slachtoffer] onder bedreiging van een vuurwapen (gelijkend
voorwerp) in een personenauto te stappen en/of daarbij al dan niet
gezichtsbedekkende kleding te dragen en/of
- voornoemd vuurwapen (gelijkend voorwerp) te richten op die [slachtoffer]
en/of
- ( vervolgens) die [slachtoffer] de woorden toe te voegen "We willen nu
geld hebben, 2500 euro, anders kom je niet weg" en/of te zeggen dat hij zijn horloge
moest afgeven, en/of
- ( vervolgens) die [slachtoffer] met voornoemd vuurwapen (gelijkend
voorwerp) tegen het hoofd, althans tegen het lichaam te slaan;
( art 312 lid 2 ahf Pro/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 317 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht,
art 317 lid 3 Wetboek Pro van Strafrecht )