ECLI:NL:RBROT:2024:13046
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wederrechtelijke vrijheidsberoving en afpersing in Capelle aan den IJssel
Op 15 november 2024 heeft de rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van wederrechtelijke vrijheidsberoving en afpersing op of omstreeks 6 december 2021 te Capelle aan den IJssel. De officier van justitie en de verdediging hebben beiden de vrijspraak gevorderd, waarbij de verdediging stelde dat de verklaring van de aangever niet als bewijs kon dienen vanwege het ontbreken van een mogelijkheid tot nader verhoor.
De rechtbank heeft geoordeeld dat het bewijs onvoldoende was om de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend vast te stellen. De verklaringen van de aangever werden niet ondersteund door voldoende steunbewijs, mede doordat het niet mogelijk was de aangever nader te horen bij de rechter-commissaris. Daarnaast waren er verschillen en onjuistheden in de verklaringen die twijfel opriepen.
Daarom verklaarde de rechtbank de ten laste gelegde feiten niet bewezen en sprak verdachte vrij. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven, dat eerder was geschorst. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer voor strafzaken onder leiding van voorzitter F.A. Hut, met de rechters J.J. Klomp en D. van Putten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.