Eiseres is eigenaar van 37 woningen in een appartementencomplex dat is getransformeerd van een voormalig gemeentehuis. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarden per 1 januari 2022 vast en legde aanslagen onroerendezaakbelasting op. Na bezwaar stelde de heffingsambtenaar enkele WOZ-waarden bij en wees beroep af.
De rechtbank oordeelt dat de door eiseres aangevoerde bezwaren tegen de waardebepaling onvoldoende onderbouwd zijn en dat de vergelijkingsobjecten die de heffingsambtenaar gebruikte passend en bruikbaar zijn voor de waardering. De rechtbank wijst erop dat correcties ten gunste van eiseres zijn toegepast, onder meer voor voorzieningen als berging en balkon.
Hoewel het beroep inhoudelijk ongegrond is, is het gegrond verklaard omdat de heffingsambtenaar onvoldoende proceskostenvergoeding toekende. De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. De heffingsambtenaar moet het griffierecht en een proceskostenvergoeding van €87,50 aan eiseres betalen.