Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 31 mei 2024, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de repliek, met bijlagen;
- de dupliek, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
VGZ heeft een zorgverzekeringsovereenkomst met gedaagde, waarbij gedaagde premie, eigen risico en zorgkosten verschuldigd is. VGZ stelde dat gedaagde een betalingsachterstand had van €3.371,33 over declaraties en premies van 2017 tot 2023, maar beperkte haar eis tot €2.500.
Gedaagde voerde verweer dat zijn betalingen via de gemeente liepen en dat een stopzetting van zijn uitkering mogelijk de oorzaak was van de achterstand. De rechtbank oordeelde echter dat de stukken van gedaagde niet aantonen dat de gemeente de gevorderde bedragen had moeten betalen, en dat de periode van de stopzetting niet overeenkomt met de periode van de betalingsachterstand.
De rechtbank stelde vast dat gedaagde onbetaald had gelaten en veroordeelde hem tot betaling van €2.500 met wettelijke rente vanaf 31 mei 2024. Daarnaast werd gedaagde veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1.019,39. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat VGZ direct tot executie kan overgaan.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €2.500 aan VGZ met rente en proceskosten.