Partijen hadden een affectieve relatie die is beëindigd. Op 25 januari 2023 hebben zij de financiële gevolgen van deze beëindiging vastgelegd in een overeenkomst waarin eiseres recht kreeg op een bedrag van €25.000 wegens inbreng in de woning van gedaagde en €11.000 wegens overwaarde op een andere woning.
De betalingsregeling bepaalde dat de bedragen in termijnen betaald mochten worden, waarbij nog €13.000 openstond en de laatste termijn opeisbaar was vanaf 25 november 2024. Het bedrag van €11.000 moest volledig op 31 december 2023 zijn voldaan. Gedaagde is in verzuim geraakt en erkent dat de bedragen opeisbaar zijn.
Eiseres vordert betaling van het openstaande bedrag van €24.000 met wettelijke rente vanaf de dagvaarding. De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van dit bedrag met rente en draagt hem de proceskosten op. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventuele hoger beroep procedures.