Op 17 januari 2021 vond een geweldsincident plaats in de woning van de verdachte te Vlaardingen waarbij zij het slachtoffer met een mes stak. De rechtbank stelt vast dat het slachtoffer een steekwond in de rug opliep die leidde tot zwaar lichamelijk letsel, waaronder een forse bloeding uit de lever en een ribbreuk.
Hoewel de poging tot doodslag niet bewezen kon worden verklaard, acht de rechtbank het subsidiair ten laste gelegde van zware mishandeling bewezen. De verdachte heeft bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel zou oplopen.
De verdachte voerde een beroep op noodweer aan, stellende dat zij werd aangevallen en zich moest verdedigen. De rechtbank acht de verklaring van de verdachte aannemelijk en concludeert dat sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding. Het handelen van de verdachte was proportioneel en subsidiariteit was in acht genomen.
Daarom wordt de verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid. De rechtbank heft tevens het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.