Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[eiser01] ,
[eiser02],
1.De procedure
2.De feiten
VESTIGING ERFDIENSTBAARHEID
3.Het geschil
in conventie
meer subsidiair
4.De beoordeling
in reconventie
€ 1.196,00(2,0 punten × tarief € 598,00)
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een burengeschil over een strook grond die kadastraal tot het perceel van eiseressen behoort, maar door gedaagde in bezit is genomen. Eiseressen vorderen ontruiming van de strook grond en het vrijhouden van een voetpad, terwijl gedaagde stelt dat zij eigenaar is door bevrijdende verjaring en dat de erfdienstbaarheid die op de strook rust nietig is.
De rechtbank oordeelt dat gedaagde of haar voorganger de strook grond uiterlijk in mei 1988 in bezit heeft genomen en dit bezit onafgebroken heeft voortgezet, waardoor de verjaringstermijn van twintig jaar is voltooid. Hierdoor is gedaagde eigenaar geworden van de strook grond. De erfdienstbaarheid die door de gemeente in 2022 is gevestigd, is nietig omdat de gemeente op dat moment geen eigenaar meer was en dus niet bevoegd was deze te vestigen.
De primaire en subsidiaire vorderingen van eiseressen worden afgewezen. Gedaagde wordt in reconventie eigenaar verklaard van de strook grond en de erfdienstbaarheid wordt nietig verklaard voor zover deze betrekking heeft op die strook. Eiseressen worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiseressen af en verklaart gedaagde eigenaar van de strook grond door bevrijdende verjaring.