Verzoeker heeft een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet gevraagd om uitvoering van een ontruimingsvonnis van 27 augustus 2020 op te schorten. Hij verkeert in financiële problemen en staat onder beschermingsbewind met budgetbeheer. De PW-uitkering is toegekend en lopende huurtermijnen zijn voldaan of worden spoedig voldaan.
Verweerster stelt dat de huurachterstand is opgelopen en eerdere betalingsregelingen niet zijn nagekomen, waardoor zij geen vertrouwen meer heeft in nakoming. De rechtbank beoordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming.
De rechtbank weegt het belang van verzoeker om in de woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject voort te zetten zwaarder dan het belang van verweerster bij uitvoering van het vonnis. De voorziening wordt onder de voorwaarde toegewezen dat lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan.
Daarnaast wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, omdat het minnelijk traject naar verwachting niet snel zal zijn afgerond. De voorziening geldt voor zes maanden vanaf 19 november 2024.