Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- de heer mr. D.A. IJpelaar, advocaat van verzoeker.
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker, een ZZP’er werkzaam in de schilderbranche, vroeg op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening die de ontruiming van zijn huurwoning zou opschorten. De ontruiming was bevolen in een vonnis van 31 oktober 2024. Verzoeker kon tijdelijk de huur niet betalen vanwege een werkonderbreking gerelateerd aan de invoering van de wet DBA, maar heeft inmiddels een nieuw project en voldoende inkomsten om de lopende huur te voldoen.
Verweerster, de verhuurder, is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank oordeelde dat sprake is van een bedreigende situatie omdat de ontruiming op korte termijn zou plaatsvinden. De belangenafweging tussen verzoeker en verweerster leidde tot toewijzing van de voorlopige voorziening voor zes maanden, onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan.
Daarnaast verklaarde de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Faillissementswet, omdat het minnelijk traject naar verwachting niet snel zal zijn afgerond. Verzoeker kan later een nieuw verzoek indienen.
De voorziening verlengt de huurovereenkomst en geeft verzoeker de mogelijkheid schuldhulpverlening te doorlopen. De rechtbank legde tevens een rapportageplicht op aan de schuldhulpverlening.
Uitkomst: Voorlopige voorziening toegewezen die ontruiming opschort voor zes maanden onder voorwaarde tijdige huurbetaling.