ECLI:NL:RBROT:2024:13180

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 december 2024
Publicatiedatum
31 december 2024
Zaaknummer
10/242168-20
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging terbeschikkingstelling wegens afgenomen recidiverisico

De rechtbank Rotterdam behandelde op 23 december 2024 de vordering van het Openbaar Ministerie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van een ter beschikking gestelde die veroordeeld was voor verkrachting en het vervaardigen, bezit en verspreiden van kinderporno. De terbeschikkingstelling was aanvankelijk gelast in januari 2022 en eerder verlengd in januari 2024.

De reclassering en de psycholoog adviseerden beiden om de maatregel niet te verlengen. De reclassering benadrukte de maatschappelijke inbedding van de ter beschikking gestelde, zijn werk, sociale contacten en de aanstaande zelfstandige woonplaats met zijn partner. Het recidiverisico werd als laag ingeschat. De psycholoog stelde dat de eerder aanwezige stoornissen, waaronder een posttraumatische stressstoornis, adequaat behandeld waren en dat er geen seksuele stoornis meer aanwezig was.

Tijdens de zitting werd toegelicht dat de ter beschikking gestelde aanvankelijk terughoudend was, maar door intensieve traumabehandeling meer openheid gaf. De reclassering vond het wenselijk om het samenwonen te monitoren, maar achtte het recidiverisico niet verhoogd door de veranderingen.

De rechtbank concludeerde, mede op basis van de adviezen en het verhandelde tijdens de zitting, dat geen gronden aanwezig zijn voor verlenging van de maatregel. De vordering van het Openbaar Ministerie werd daarom afgewezen.

De beslissing werd genomen door de meervoudige kamer, waarbij de voorzitter niet medeondertekende. Tegen deze beslissing staat beroep open binnen veertien dagen.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling af wegens afgenomen stoornissen en laag recidiverisico.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10/242168-20
Datum uitspraak: 23 december 2024
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[naam ter beschikking gestelde], de ter beschikking gestelde,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
formeel verblijvende in [naam TBS-instelling]
te [plaats] (de instelling),
raadsman mr. C.P. Timmers, advocaat in Middelharnis.

1.Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 23 juni 2021 is de terbeschikkingstelling van
[naam ter beschikking gestelde] gelast met voorwaarden betreffende het gedrag van de ter beschikking gestelde.
De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van verkrachting en het vervaardigen, bezit en verspreiden van kinderporno. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 24 januari 2022.
Bij beslissing van deze rechtbank van 25 januari 2024 is de terbeschikkingstelling laatstelijk verlengd met één jaar en zijn de aan de ter beschikkingstelling verbonden voorwaarden gewijzigd.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 4 december 2024 van het Openbaar Ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De vereiste stukken zijn bijgevoegd.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 23 december 2024 behandeld. De officier van justitie mr. J.B. Wooldrik, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door de raadsman, en de deskundige [persoon A] , als reclasseringsmedewerker werkzaam bij Reclassering Nederland, zijn gehoord.

3.Adviezen

Advies reclassering
De reclassering adviseert in het rapport, gedateerd 21 november 2024, de terbeschikkingstelling te beëindigen.
Het afgelopen jaar is ingezet op maatschappelijke inbedding en uitbreiding van de beschermende factoren. De ter beschikking gestelde woont geruime tijd semi-zelfstandig via de instelling, werkt fulltime, gaat sociale contacten aan via zijn werk en heeft een vaste relatie. Kort geleden kreeg hij een woning toegewezen waar hij op 1 januari 2025 zal gaan wonen met zijn partner. De leefgebieden zijn op orde en er is sprake van een laag recidiverisico volgens de risicotaxatie-instrumenten. Beschermend hierin is dat zijn sociale netwerk intensief is betrokken bij het behandeltraject. Ook is geen sprake van seksuele deviantie of het gebruik van seks als coping. Naar het professioneel oordeel van de reclassering is de ter beschikking gestelde in staat om eventuele problemen adequaat op te lossen. Hij beschikt over voldoende vaardigheden om zich staande te houden in de maatschappij. Een verlenging voor de duur van een jaar is overwogen, omdat de reclassering het wenselijk had gevonden om hem nog een jaar te monitoren tijdens het zelfstandig (samen)wonen, omdat dat nieuw is voor hem. Dat hij tijdens de behandeling niet het achterste van zijn tong heeft laten zien is voor een deel het gevolg van zijn persoonlijkheid. Gelet op de afgenomen risicotaxaties, het verloop van het klinische behandeltraject alsook het algemene verloop van de maatregel wordt geadviseerd de tbs met voorwaarden niet te verlengen.
Advies psycholoog
Psycholoog [naam psycholoog] adviseert in het rapport, gedateerd 17 december 2024, de terbeschikkingstelling niet meer te verlengen.
Er is geen sprake meer van een persoonlijkheidsstoornis in engere zin. De eerder geconstateerde posttraumatische stressstoornis is goed behandeld. Ondanks de aard van de index-delicten is geen sprake van een seksuele stoornis. Bij een onmiddellijke beëindiging van de tbs met voorwaarden is het recidiverisico aanvaardbaar laag. De ter beschikking gestelde heeft laten zien dat hij zelf eventuele problemen bespreekbaar kan maken zonder dat hij hierover wordt bevraagd. Verder heeft hij laten zien dat zijn vaardigheden toereikend zijn voor een relatief zelfstandig bestaan in de maatschappij, met alle teleurstellingen en tegenslagen die nog kunnen komen. Er is daarmee onvoldoende reden om de tbs-maatregel te verlengen.
Op de terechtzitting gegeven adviezen
De deskundige [persoon A] heeft het advies van de reclassering op de terechtzitting toegelicht. Zij heeft onder meer – zakelijk weergegeven – verklaard dat de ter beschikking gestelde vanaf het begin een spreekwoordelijke muur om zich heen had, waardoor de vraag ontstond of er meer achter zat. Nadat met hem is besproken dat het belangrijk is dat hij alles vertelt, heeft hij dit geprobeerd. Vooral de intensieve traumabehandeling heeft geholpen om meer openheid te krijgen. Tegelijkertijd is hij geen prater. Bij de reclassering is niet de indruk ontstaan dat hierdoor onvoldoende zicht op hem was. De reclassering heeft overwogen het samenwonen te monitoren, omdat de relatie is ontstaan tijdens de maatregel, dat zijn geen normale omstandigheden. Nu is hij niet vrij, moet hij alles overleggen en iedereen bemoeit zich ermee. Er gaat nu veel tegelijk veranderen. Dit stukje onzekerheid leidt volgens de reclassering – ook na uitvoerig overleg met de rapporterende psycholoog – echter niet tot een hoger recidiverisico.

4.Standpunt van partijen

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De ter beschikking gestelde en de raadsman hebben eveneens afwijzing van de vordering bepleit.

5.Beoordeling

Op grond van de adviezen van de reclassering en de psycholoog en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank, net als de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat de vordering van de officier van justitie dient te worden afgewezen. De stoornissen die aanwezig waren tijdens en hebben doorgewerkt in de strafbare feiten zijn intensief behandeld en niet langer aanwezig. Bovendien is het recidiverisico tot een aanvaardbaar niveau teruggebracht. Dit maakt dat er thans geen redenen meer bestaan om de tbs-maatregel te verlengen. De rechtbank zal de vordering van de officier van justitie daarom afwijzen.

6.Beslissing

De rechtbank:
wijst afde vordering van de officier van justitie.
Deze beslissing is genomen door mr. M.J.M. van Beckhoven, voorzitter,
en mrs. L. Stevens en C.J.L. van Dam, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.D. Schmahl, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
De voorzitter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.