Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 20 augustus 2024, met bijlagen;
- de aantekeningen van het antwoord ter zitting op 3 oktober 2024;
- de repliek van 31 oktober 2024, met bijlagen;
Rechtbank Rotterdam
VGZ Zorgverzekeraar N.V. vordert betaling van achterstallige zorgverzekeringspremies en zorgnota’s van de gedaagde, die niet is betwist. De zorgpremies tussen juni 2021 en januari 2022 zijn niet betaald, evenals de door VGZ doorberekende ziektekosten. De kantonrechter oordeelt dat VGZ voldoende bewijs heeft geleverd van de vorderingen, waaronder aanmaningen en correspondentie.
De gedaagde heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij de aanmaningen en nota’s niet heeft ontvangen. De incassokosten en wettelijke rente worden eveneens toegewezen conform artikel 6:96 en Pro 6:119 BW. VGZ heeft haar vordering beperkt tot € 2.500,00, wat door de rechter wordt toegewezen.
De proceskosten worden begroot op € 1.019,39 en komen voor rekening van de gedaagde. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat VGZ direct tot incasso kan overgaan. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het totaalbedrag en de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 2.500 aan VGZ plus rente en proceskosten.