De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van een schuldenaar en zijn echtgenote om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) vanwege problematische schulden. De rechtbank stelde vast dat de schuldenaar aan de voorwaarden voldoet, waaronder te goeder trouw zijn en de verwachting dat hij aan de verplichtingen zal voldoen. De WSNP-verplichtingen, zoals informatieplicht, inspanningsplicht en afdrachtplicht, werden toegelicht.
De rechtbank benoemde een bewindvoerder en een rechter-commissaris die toezicht houden op de naleving van de regeling. De postblokkade geldt voor de eerste dertien maanden van het traject. De rechtbank verklaarde zich bevoegd op grond van EU-verordening 2015/848 omdat het centrum van belangen in Nederland ligt.
De schuldenaar verzocht tevens om de ingangsdatum van de WSNP zes maanden eerder te laten ingaan. Dit verzoek werd afgewezen omdat niet was voldaan aan de afdrachtplicht en de inspanningsverplichting: de echtgenote werkte niet fulltime en er ontbraken bewijsstukken van sollicitaties. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat vanaf de eerdere datum aan de WSNP-verplichtingen was voldaan.
De rechtbank stelde de ingangsdatum vast op 26 september 2024 en de einddatum op 26 maart 2026. De bewindvoerder kreeg de opdracht om de post te beheren en een voorschot op vergoeding te nemen conform het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Tegen de uitspraak staat hoger beroep open.