Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2024:13229

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 december 2024
Publicatiedatum
6 januari 2025
Zaaknummer
11264658 CV EXPL 24-20160
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:225 BWArt. 7:248 BWArt. 15 algemene voorwaarden 3B WonenArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens langdurige huurachterstand

De zaak betreft een geschil tussen Stichting 3B Wonen en een huurder over een huurachterstand en de ontbinding van de huurovereenkomst van een woning in Bleiswijk. 3B Wonen vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van de huurachterstand inclusief rente en incassokosten. De huurder erkent de achterstand, veroorzaakt door langdurige financiële problemen, en is gestart met schuldhulpverlening.

De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand op het moment van de zitting €7.464,56 bedraagt, wat overeenkomt met bijna 16 maanden huur. Gezien de omvang van de achterstand en het ontbreken van concrete vooruitzichten op betaling, wordt de ontbinding van de huurovereenkomst toegewezen. De huurder moet de woning binnen veertien dagen na betekening ontruimen en een gebruiksvergoeding betalen tot de ontruiming.

De gevorderde rente en incassokosten worden afgewezen omdat het boetebeding in de algemene voorwaarden van 3B Wonen als oneerlijk wordt aangemerkt. De proceskosten worden aan de huurder opgelegd omdat hij grotendeels in het ongelijk wordt gesteld. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat onmiddellijke uitvoering mogelijk is.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van de huurachterstand zonder rente en incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11264658 CV EXPL 24-20160
datum uitspraak: 6 december 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting 3B Wonen,
vestigingsplaats: Bergschenhoek,
eiseres,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: Bleiswijk, gemeente Lansingerland,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘3B Wonen’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 25 juli 2024, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de brief van 23 augustus 2024, waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
  • de brief van 3B wonen van 4 oktober 2023, met bijlagen.
1.2.
Op 16 oktober 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was namens 3B Wonen mr. M.T.O. Bakker aanwezig. Ook [gedaagde] is ter zitting verschenen.

2.De feiten

2.1.
Tussen 3B Wonen als verhuurder en [gedaagde] als huurder bestaat een huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan de [adres] in Bleiswijk.
2.2.
De maandelijkse huur bedraagt momenteel € 469,08 en moet voor de eerste van de maand betaald worden.

3.Het geschil

3.1. 3
B Wonen eist samengevat:
  • de huurovereenkomst te ontbinden en [gedaagde] te veroordelen om het gehuurde te ontruimen;
  • [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen € 6.458,87 met rente en dat bedrag aan lopende huur vanaf augustus 2024 tot aan de datum van ontbinding van de huurovereenkomst en daarna als schadevergoeding tot aan de ontruiming;
  • [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten;
  • het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Het bedrag dat wordt geëist, bestaat uit € 6.057,32 aan huur tot en met de maand juli 2024, rente van € 237,26 (berekend tot en met 25 juli 2024) en buitengerechtelijke kosten van € 164,29.
3.2. 3
B Wonen baseert de eis op het volgende. [gedaagde] heeft een huurachterstand laten ontstaan. Deze huurachterstand rechtvaardigt dat de huurovereenkomst wordt ontbonden. Daarnaast is [gedaagde] de wettelijke rente over de huurachterstand verschuldigd en een vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten.
3.3. 3
B Wonen heeft voor de mondelinge behandeling een specificatie van de actuele huurachterstand in het geding gebracht. Uit dit overzicht volgt dat er, berekend tot en met de maand oktober 2024, sprake is van een huurachterstand van €7.464,56.
3.4.
[gedaagde] erkent de gevorderde huurachterstand. De huurachterstand is ontstaan doordat [gedaagde] lange tijd geen inkomen had. [gedaagde] heeft meerdere schulden en is bezig om alles op orde te brengen. Hij krijgt inmiddels een bijstandsuitkering en is gestart met schuldhulpverlening.

4.De beoordeling

Huurachterstand
4.1.
Partijen zijn het erover eens dat de huurachterstand op het moment van de mondelinge behandeling € 7.464,56 is. Dit bedrag is gebaseerd op de huur tot en met de maand oktober 2024. [gedaagde] wordt veroordeeld om dit bedrag aan 3B Wonen te betalen.
Ontbinding huurovereenkomst
4.2.
De huurder is verplicht om de huur op tijd te betalen. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan. Daarom vraagt 3B Wonen de huurovereenkomst te ontbinden. De rechter wijst dit alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Meestal zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de rechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen (zie Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810).
4.3.
Ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding bedroeg de huurachterstand al ruim 12 maanden. De achterstand is gedurende deze procedure verder opgelopen tot bijna 16 maanden. Daarbij wordt de lopende huur nog altijd niet door [gedaagde] betaald. Hoewel [gedaagde] inmiddels gestart is met schuldhulpverlening, heeft 3B Wonen tijdens de zitting aangegeven dat zij nog niks van de schuldhulpverlening heeft vernomen. Het is daarom op dit moment nog onzeker óf en op welke termijn [gedaagde] de lopende huur kan gaan betalen. Ook ontbreekt op dit moment een concreet uitzicht op het inlopen van de huurachterstand. Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat onder de huidige omstandigheden niet van 3B Wonen kan worden verlangd dat zij de huurovereenkomst voortzet. De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning wordt daarom toegewezen.
Ontruimingstermijn en gebruiksvergoeding
4.4.
Omdat de huurovereenkomst wordt ontbonden, moet [gedaagde] de woning met al zijn spullen verlaten. Dat moet binnen veertien dagen nadat dit vonnis is betekend. Tot en met de dag van de ontruiming moet [gedaagde] een gebruiksvergoeding van € 469,08 per maand betalen (artikel 7:225 BW Pro). 3B Wonen heeft niet uitgelegd waarom [gedaagde] een vergoeding moet betalen voor de rest van de maand. Voor het verhogen van de gebruiksvergoeding gelden dezelfde regels (artikel 7:248 BW Pro) als voor het verhogen van de huur.
4.5.
Ondanks dat [gedaagde] veroordeeld wordt de woning te ontruimen, heeft 3B Wonen ter zitting de bereidheid uitgesproken mee te werken aan een betalingsregeling voor de huurachterstand en aldus aan een oplossing voor de (financiële) situatie van [gedaagde] . Daarvoor vindt 3B Wonen het echter wel noodzakelijk dat [gedaagde] het ingezette schuldhulpverleningstraject voortzet en zich actief inzet om zijn problemen op te lossen.
[gedaagde] hoeft geen incassokosten en rente te betalen
4.6.
De kantonrechter wijst de incassokosten en de rente af. In artikel 15 van Pro de algemene voorwaarden van 3B Wonen staat hierover namelijk een oneerlijke bepaling. Omdat die bepaling oneerlijk is, mag 3B Wonen daar geen beroep op doen en kan zij ook geen aanspraak maken op de incassokosten en rente uit de wet. [1] De bepaling is oneerlijk, omdat daarin staat dat [gedaagde] een boete van € 25,00 per kalenderdag moet betalen als hij niet aan de verplichtingen uit de overeenkomst voldoet. Daaronder valt ook het op tijd betalen van de huur. Op grond van de wet zou [gedaagde] als hij te laat betaalt alleen de wettelijke rente en incassokosten moeten betalen. 3B Wonen wijkt met de boete dus in het nadeel van een consument af van de wet door daarnaast een boete op te leggen. Dat maakt deze bepaling hier oneerlijk.
Er zijn verder geen oneerlijke bepalingen
4.7.
De kantonrechter heeft onderzocht of er nog andere oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.
Proceskosten
4.8.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan 3B Wonen moet betalen op € 136,72 aan dagvaardingskosten, € 524,00 aan griffierecht, € 678,00 aan salaris voor de gemachtigde (twee punten x € 339,00) en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.473,72. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
4.9.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat 3B Wonen dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan 3B Wonen te betalen € 7.464,56 aan huurachterstand tot en met oktober 2024;
5.2.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen en veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na de betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] in Bleiswijk te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van 3B Wonen te stellen;
5.3.
veroordeelt [gedaagde] om vanaf november 2024 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan 3B Wonen te betalen € 469,08 per maand met de verhoging die is toegestaan;
5.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van 3B Wonen worden begroot op € 1.473,72;
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Bezuijen en in het openbaar uitgesproken.
62828

Voetnoten

1.Hof van Justitie van de Europese Unie 27 januari 2021 (Dexia)