De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige tot 25 mei 2025. De minderjarige woont bij de moeder, die samen met de vader het ouderlijk gezag heeft. De omgang met de vader verloopt moeizaam en is recentelijk zelfs stopgezet vanwege negatieve uitlatingen van de minderjarige over de thuissituatie bij de vader.
De moeder voert verweer tegen verlenging en uit kritiek op de betrokkenheid van de jeugdbeschermer en de GI, terwijl de vader instemt met het verzoek. De stiefvader benadrukt de weerstand van de minderjarige tijdens overdrachtsmomenten en het belang om naar haar wensen te luisteren. De hulpverlening via Coach-Point en Yulius is betrokken, maar de omgang stagneert.
De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke criteria voor verlenging zijn vervuld, gezien het loyaliteitsconflict en het belang van onbelast contact met beide ouders. De betrokkenheid van de jeugdbeschermer blijft noodzakelijk, evenals het verbeteren van de samenwerking tussen ouders en GI. De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd voor zes maanden en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.