De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij de vader zonder gezag, vanwege een conflict binnen het gezin en de kwetsbare situatie van de minderjarige. De minderjarige woont sinds mei 2024 bij de vader, waar hij jarenlang geen contact mee had, en kan zich niet inschrijven op het adres van de vader, waardoor hij niet naar school gaat.
De moeder en stiefvader, die het gezag hebben, verzetten zich tegen het verzoek, terwijl de vader en de gezinsvoogd het ondersteunen. De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling is voldaan en dat de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de minderjarige.
Vanwege de belangenstrijd en verstoorde verhoudingen benoemt de rechter een bijzondere curator om de belangen van de minderjarige te behartigen. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en geldt voor een periode van een jaar voor de ondertoezichtstelling en vier maanden voor de uithuisplaatsing.