Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
- de man met zijn advocaat mr. F. Özer, waarnemend voor mr. A. Kaynak;
- de vrouw met haar advocaat mr. L. El Hadje, waarnemend voor mr. S. Süzen;
- broer van de vrouw en de dochter van partijen.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een executiegeschil na een verstekvonnis waarbij de vrouw het aandeel van de man in een woning wil laten overdragen. De echtscheiding tussen partijen werd uitgesproken in 2016, waarna zij weer samenwoonden en in 2022 definitief uit elkaar gingen. De vrouw startte in december 2023 een bodemprocedure om de woning op haar naam te krijgen. De man verscheen niet, waarna de vordering bij verstek werd toegewezen.
De man vordert in kort geding de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis te verbieden of te schorsen, stellende dat de dagvaarding onjuist is betekend omdat hij op het moment van betekening in de woning woonde. De vrouw vordert dat zij het alleenrecht op gebruik van de woning krijgt en dat de man deze moet verlaten.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de betekening niet volgens de regels is verlopen, maar dat dit niet leidt tot schorsing van de tenuitvoerlegging. De vrouw heeft sinds 2016 vrijwel alle lasten van de woning gedragen en wil het aandeel van de man overnemen met de toezegging dat hij de helft van de overwaarde ontvangt. De man kan later eventueel schadevergoeding vorderen als hij het niet eens is met de taxatie. De belangenafweging leidt tot toewijzing van de vordering van de vrouw, met een overgangstermijn van twee weken waarin de man de woning nog kan gebruiken.
De vordering van de man wordt afgewezen, evenals de vordering van de vrouw in reconventie. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het verstekvonnis mag ten uitvoer worden gelegd ondanks betekeningsfout, met een overgangstermijn van twee weken voor gebruik woning door de man.