De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend om een minderjarige voorlopig onder toezicht te stellen en een machtiging te verkrijgen voor gesloten jeugdhulp. De minderjarige vertoont ernstige gedragsproblemen, waaronder middelengebruik en een verstoorde relatie met haar moeder, waardoor een open plaatsing niet haalbaar is.
De kinderrechter heeft op 11 december 2024 de zitting voortgezet en heeft op basis van de stukken en de zitting geoordeeld dat gesloten plaatsing noodzakelijk is om de minderjarige te stabiliseren en diagnostiek en behandeling mogelijk te maken. Er zijn geen minder ingrijpende alternatieven beschikbaar gebleken.
De machtiging voor gesloten jeugdhulp wordt verleend voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling tot 5 maart 2025. De minderjarige werkt mee aan de behandeling en er wordt ingezet op herstel van de relatie met de moeder en een toekomstige open vervolgplek.
Hoger beroep kan binnen drie maanden na dagtekening van de beschikking worden ingesteld.