Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van de onder 1, 2 en 3 primair ten laste gelegde feiten;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan voorwaardelijk 6 maanden, met een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarde zoals door de reclassering geadviseerd.
4.Waardering van het bewijs
zwaarlichamelijk letsel voor een ander, te weten de in die
diewoning
zwaarin de bewezenverklaring van feit 1 primair. De rechtbank merkt het ontbreken daarvan in de tenlastelegging aan als een kennelijke omissie. In het subsidiair ten laste gelegde feit is het woord
zwaarimmers wel opgenomen. Op dit punt is ook geen verweer gevoerd dus kennelijk bestond er ook bij de verdediging geen onduidelijkheid.
5.Strafbaarheid feiten
1.primair
2.primair
3.primair
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
- [benadeelde 1] ter zake van het onder 1 primair ten laste gelegde;
- [benadeelde 2] ter zake van het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde;
- [benadeelde 3] ter zake van het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde;
- [benadeelde 4] ter zake van het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde;
- [benadeelde 5] ter zake van het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde;
- [benadeelde 6] ter zake van het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde;
- [benadeelde 1] : € 135 euro materiële schadevergoeding voor de schade ontstaan aan zijn auto;
- [benadeelde 2] : € 1.768,80 euro materiële schadevergoeding voor de schade aan de woning, nieuw aangeschafte kleding en hygiëne producten vanwege het plots moeten verlaten van de woning en voor het gemiste woongenot gedurende twee maanden waarvoor zij wel huur heeft betaald, maar niet in de woning kon verblijven. Daarnaast € 5.000 euro aan immateriële schade en € 1.000 euro aan toekomstig nader te onderbouwen schade;
- [benadeelde 3] : € 5.000 euro immateriële schade en € 500 euro aan toekomstig nader te onderbouwen schade;
- [benadeelde 4] : € 3.000 euro immateriële schade en € 500 euro aan toekomstig nader te onderbouwen schade;;
- [benadeelde 5] : € 5.000 euro immateriële schade en € 500 euro aan toekomstig nader te onderbouwen schade;;
- [benadeelde 6] : € 5.000 euro immateriële schade en € 500 euro aan toekomstig nader te onderbouwen schade.
- [benadeelde 1] : € 135;
- [benadeelde 2] : € 4.268,80;
- [benadeelde 3] : € 2.500;
- [benadeelde 4] : € 1.000;
- [benadeelde 5] : € 2.500;
- [benadeelde 6] : € 2.500.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;
10 (tien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
2 (twee) jaren;
algemene voorwaarde:
€ 135 euro (zegge: honderdvijfendertig), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 4.268,80 euro (zegge: vierduizend tweehonderdachtenzestig en tachtig cent)bestaande uit € 1.768,80 euro aan materiële schade en € 2.500 euro aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Wijst af de gevorderde toekomstige schade. Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering en bepaalt dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
bedrag € 2.500 euro (zegge: tweeduizend vijfhonderd) bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Wijst af de gevorderde toekomstige schade. Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering en bepaalt dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
€ 1.000 euro (zegge: duizend)bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Wijst af de gevorderde toekomstige schade. Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering en bepaalt dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
€ 2.500 euro (zegge: tweeduizend vijfhonderd) bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Wijst af de gevorderde toekomstige schade. Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering en bepaalt dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
€ 2.500 euro (zegge: tweeduizend vijfhonderd) bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Wijst af de gevorderde toekomstige schade. Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering en bepaalt dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat te betalen de bedragen ten behoeve van de hierna genoemde benadeelde partijen:
€ 135 euro (zegge: honderdvijfendertig), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 135 euro niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
2 dagen.De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 4.268,80 euro (zegge: vierduizend tweehonderdachtenzestig en tachtig cent)bestaande uit € 1.768,80 euro aan materiële schade en € 2.500 euro aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 4.268,80 euro niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
52 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 2.500 euro (zegge: tweeduizend vijfhonderd) bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 2.500 euro niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
35 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 1.000 euro (zegge: duizend) bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 1.000 euro niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
20 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 2.500 euro (zegge: tweeduizend vijfhonderd) bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 2.500 euro niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
35 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 2.500 euro (zegge: tweeduizend vijfhonderd) bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 2.500 euro niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
35 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;