Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
2.De standpunten
3.De beoordeling
4.De beslissing
- stelt aan tot curator:
- geeft last aan de curator tot het openen van aan gefailleerde gerichte brieven en telegrammen.
Rechtbank Rotterdam
Bij vonnis van 21 juli 2022 werd de schuldsaneringsregeling toegepast op de schuldenaar. De bewindvoerder verzocht de rechter-commissaris op 4 juli 2024 om tussentijdse beëindiging van deze regeling vanwege tekortkomingen van de schuldenaar.
De bewindvoerder stelde dat de schuldenaar onvoldoende informatie gaf over de schuldenlast, waaronder het niet melden van een Duitse bankrekening waar aanzienlijke bedragen werden ontvangen en besteed. Tevens was er sprake van een substantiële achterstand in afdracht aan de boedel en het niet naleven van de sollicitatieverplichting gedurende elf maanden.
De schuldenaar verscheen niet op de zitting van 2 september 2024 en voerde geen verweer. De rechtbank oordeelde dat de tekortkomingen toerekenbaar zijn en dat de schuldenaar geen saneringsgezinde houding toont. Daarom werd de schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 onder Pro c en e Faillissementswet.
De rechtbank stelde het salaris van de bewindvoerder vast en verklaarde het faillissement van rechtswege, benoemde een rechter-commissaris en curator, en stelde een postblokkade in.
Uitkomst: De schuldsaneringsregeling wordt tussentijds beëindigd wegens tekortkomingen van de schuldenaar, met faillissement van rechtswege tot gevolg.