ECLI:NL:RBROT:2024:13357

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 september 2024
Publicatiedatum
13 januari 2025
Zaaknummer
FT EA / 22-459
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens tekortkomingen schuldenaar

Bij vonnis van 21 juli 2022 werd de schuldsaneringsregeling toegepast op de schuldenaar. De bewindvoerder verzocht de rechter-commissaris op 4 juli 2024 om tussentijdse beëindiging van deze regeling vanwege tekortkomingen van de schuldenaar.

De bewindvoerder stelde dat de schuldenaar onvoldoende informatie gaf over de schuldenlast, waaronder het niet melden van een Duitse bankrekening waar aanzienlijke bedragen werden ontvangen en besteed. Tevens was er sprake van een substantiële achterstand in afdracht aan de boedel en het niet naleven van de sollicitatieverplichting gedurende elf maanden.

De schuldenaar verscheen niet op de zitting van 2 september 2024 en voerde geen verweer. De rechtbank oordeelde dat de tekortkomingen toerekenbaar zijn en dat de schuldenaar geen saneringsgezinde houding toont. Daarom werd de schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 onder Pro c en e Faillissementswet.

De rechtbank stelde het salaris van de bewindvoerder vast en verklaarde het faillissement van rechtswege, benoemde een rechter-commissaris en curator, en stelde een postblokkade in.

Uitkomst: De schuldsaneringsregeling wordt tussentijds beëindigd wegens tekortkomingen van de schuldenaar, met faillissement van rechtswege tot gevolg.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
tussentijdse beëindiging
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 9 september 2024
Bij vonnis van deze rechtbank van 21 juli 2022 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenaar],
[adres]
[postcode] [woonplaats] ,
schuldenaar,
bewindvoerder: mr. W.P. Groenendijk.

1.De procedure

De bewindvoerder heeft de rechter-commissaris verzocht de schuldsaneringsregeling voor tussentijdse beëindiging voor te dragen. De rechter-commissaris heeft op 4 juli 2024 met dit verzoek ingestemd.
De rechtbank heeft de behandeling van het verzoek tot tussentijdse beëindiging bepaald op
2 september 2024.
De bewindvoerder heeft op 23 augustus 2024 een laatste stand van zaken toegezonden.
Op de zitting van 2 september 2024 is de bewindvoerder verschenen. Schuldenaar is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De standpunten

Standpunt bewindvoerder
Als grond voor de voordracht tot tussentijdse beëindiging heeft de bewindvoerder aangevoerd dat schuldenaar een tekortkoming heeft laten ontstaan in de informatieverplichting, de sollicitatieverplichting en de afdrachtverplichting.
Schuldenaar heeft de bewindvoerder onvoldoende geïnformeerd over de schuldenlast. De schuldenlast is met circa 20% toegenomen. Van de vijf nieuwe schulden heeft schuldenaar slechts twee schulden toegelicht. Over deze twee schulden heeft schuldenaar verklaard dat deze schulden geen officiële schulden zijn omdat deze van zijn vrienden zijn. Daarnaast heeft schuldenaar de bewindvoerder niet geïnformeerd over zijn Duitse bankrekening. Ook niet na meerdere e-mails van de bewindvoerder en na de waarschuwingsbrief van de rechter-commissaris van 20 maart 2024. De bewindvoerder heeft zich toen moeten wenden tot de Duitse bank. De Duitse bank heeft vervolgens de overzichten van de mutaties van 2021, 2022, 2023 en 2024 verstrekt. Daaruit is gebleken dat schuldenaar op die rekening over de jaren heen een bedrag heeft ontvangen van in totaal € 57.215,34, waaronder een bedrag van € 19.439,63 voor verrichte werkzaamheden en geleverde materialen. Ook zijn er vanaf die bankrekening uitgaven gedaan voor een bedrag van € 4.893,52 bij One Casino Limited en Holland Casino Online. Omdat schuldenaar betalingen heeft ontvangen op die bankrekening waarmee in het vrij te laten bedrag geen rekening is gehouden, is er sprake van een substantiële achterstand in de aan de boedel af te dragen bedragen.
Naast de tekortkoming in de informatieverplichting en de afdrachtverplichting is er ook sprake van een tekortkoming in de sollicitatieverplichting. Schuldenaar is de sollicitatieverplichting niet naar behoren nagekomen. Schuldenaar heeft van juli 2023 tot en met juni 2024 niet aantoonbaar (aanvullend) gesolliciteerd. Behoudens week 37, 39, 40, 41, en 48 van 2023 en week 5 van 2024 heeft schuldenaar in deze periode ook niet fulltime gewerkt. Er is dan ook sprake van een tekortkoming van 11 maanden.
Gelet op het voorgaande heeft de bewindvoerder op 1 juli 2024 een voordracht tot tussentijdse beëindiging ingediend.
Standpunt schuldenaar
Schuldenaar is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet op de zitting van 2 september 2024 verschenen.

3.De beoordeling

Toetsingskader
De schuldsaneringsregeling biedt een schuldenaar in een problematische schuldensituatie de mogelijkheid om na drie jaar een schone lei te verkrijgen. Dit betekent in de voorliggende regeling dat een groot deel van de schuld van € 92.728,58 niet langer opeisbaar is. Tegenover dit perspectief staat een aantal niet lichtvaardig op te vatten verplichtingen. Zo dient de schuldenaar gedurende de toepassing van de regeling onder meer de bewindvoerder gevraagd en ongevraagd te informeren, zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag af te dragen aan de boedelrekening en zich aantoonbaar tot het uiterste in te spannen om een fulltime dienstbetrekking te verkrijgen. Hiernaast mogen tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling geen bovenmatige nieuwe schulden ontstaan. Van de schuldenaar wordt een actieve houding verwacht bij het naleven van voornoemde verplichtingen.
Tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen
De rechtbank oordeelt dat schuldenaar toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen en overweegt daartoe als volgt.
De rechtbank stelt vast dat er sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de informatieverplichting, de afdrachtverplichting en de sollicitatieverplichting. Nu schuldenaar niet is verschenen ter zitting van 2 september 2024 en verder ook geen (schriftelijk) verweer heeft gevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van de constateringen die door de bewindvoerder zijn gedaan.
Tekortkomingen zijn toerekenbaar
Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat schuldenaar ernstig is tekortgeschoten in de nakoming van de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen. Dat bovengenoemde tekortkomingen schuldenaar niet te verwijten zijn, is onvoldoende aannemelijk geworden. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat schuldenaar, in elk geval na de waarschuwingsbrief van de rechter-commissaris van
20 maart 2024 en de vele berichten van de bewindvoerder, van de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling goed op de hoogte moet zijn geweest. Daarnaast is schuldenaar door de rechter-commissaris in de gelegenheid gesteld om op het verhoor van 1 juli 2024 te verschijnen en te reageren op hetgeen door de bewindvoerder is gesteld. Schuldenaar heeft hier geen gebruik van gemaakt. Van een saneringsgezinde houding is dan ook geen sprake. Deze tekortkomingen (en zeker het bewust achterhouden van inkomsten op de Duitse bankrekening) rechtvaardigen daarom de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
De toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder c en e, Faillissementswet (hierna: Fw).
Salaris bewindvoerder
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.
Faillissement
De rechtbank stelt vast dat er baten beschikbaar zijn om daaruit vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen. Er is daarom, ingevolge artikel 350, vijfde lid, Fw, sprake van een faillissement van rechtswege zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde gaat. De rechtbank zal een rechter-commissaris benoemen en een curator aanstellen. Er zal een postblokkade worden ingesteld.

4.De beslissing

De rechtbank:
- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;
- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 3.094,98;
- benoemt in het faillissement van de schuldenaar tot rechter-commissaris
mr. M.C. Snel-van den Hout,
  • stelt aan tot curator:
  • geeft last aan de curator tot het openen van aan gefailleerde gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van
mr. C. Hulsegge, griffier, in het openbaar uitgesproken op 9 september 2024. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.