ECLI:NL:RBROT:2024:13365
Rechtbank Rotterdam
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens schijn van partijdigheid na eerdere procedure
In deze civiele procedure tussen eiser en gedaagde heeft de rechter een verzoek tot verschoning ingediend. Dit verzoek volgt op een eerdere zaak tussen dezelfde partijen waarin prejudiciële vragen aan de Hoge Raad werden gesteld. Na het arrest van de Hoge Raad werd eiser niet ontvankelijk verklaard in zijn verzet, waarna eiser een nieuwe dagvaarding uitbracht met vergelijkbare inhoud.
De rechter achtte dat de omstandigheden rondom de eerdere procedure en de nieuwe dagvaarding de schijn van partijdigheid kunnen wekken. Hoewel er geen aanwijzingen zijn dat de rechter subjectief niet onpartijdig is, is objectief gezien de vrees voor het ontbreken van onbevangenheid gerechtvaardigd. Daarom is het verzoek tot verschoning toegewezen.
De beslissing is genomen door een meervoudige kamer van de Rechtbank Rotterdam en ondertekend door drie rechters en de griffier op 5 december 2024.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen vanwege de schijn van partijdigheid.