Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.[verzoeker 1]
2.[verzoeker 2]
1.De procedure
- mr. M.B. van Voorthuizen, advocaat van verzoekers;
- mr. M.W. Huijzer, advocaat van verweerster.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekers hebben de rechtbank verzocht een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid failliet te verklaren wegens het niet betalen van opeisbare vorderingen, waaronder achterstallig loon en schadevergoedingen. Verzoeker sub 1 en sub 2 stellen loonvorderingen te hebben op de vennootschap, maar verweerster betwist het werkgeverschap en de vorderingen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de verstekvonnissen waarop verzoeker sub 1 zich baseert, niet aan verweerster zijn betekend en dat verweerster tegen deze vonnissen verzet zal instellen. Voor verzoeker sub 2 is onduidelijk of de arbeidsovereenkomst nog bij verweerster ligt, gezien een overgang van onderneming naar een andere entiteit die het loon betaalt.
Verder is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van pluraliteit van schuldeisers, omdat steunvorderingen van andere werknemers en aannemers niet summierlijk zijn gebleken. Gezien het ontbreken van voldoende bewijs dat verweerster heeft opgehouden te betalen, wijst de rechtbank het faillissementsverzoek en het verzoek tot veroordeling in de kosten af.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring en de kostenveroordeling worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van vorderingsrecht en betalingsonmacht.