De rechtbank Rotterdam heeft op 11 oktober 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte, die werd verdacht van medeplegen van de handel in grote hoeveelheden cocaïne en witwassen. De tenlastelegging betrof onder meer de verkoop, aflevering en het vervoer van circa 350 kilo cocaïne op 2 december 2020, 500 kilo cocaïne op 7 december 2020 en 200 kilo op 8 december 2020, alsmede het witwassen van grote contante geldbedragen.
Tijdens de inhoudelijke behandeling zijn procesafspraken besproken die op 5 september 2024 schriftelijk waren vastgelegd tussen de verdachte, zijn raadsman en de officier van justitie. De rechtbank stelde vast dat de verdachte vrijwillig en bewust akkoord ging met deze afspraken, waarbij hij afstand deed van bepaalde verdedigingsrechten.
De rechtbank verklaarde de dagvaarding deels nietig vanwege onvoldoende duidelijkheid in de omschrijving van het witwassen, maar oordeelde dat de overige tenlasteleggingen voldoende duidelijk waren. De bewezenverklaring omvatte de handel in grote hoeveelheden cocaïne en het witwassen van contant geld, met vrijspraak voor het overige.
De rechtbank benadrukte de ernst van de feiten, de schadelijke maatschappelijke gevolgen van de drugshandel en het witwassen, en het financiële motief van de verdachte. Gezien de zwaarte van het delict en de procesafspraken legde de rechtbank een gevangenisstraf van 45 maanden op, met aftrek van voorarrest.