Op 28 juni 2022 waren verdachte en aangeefster aanwezig op een bedrijfsuitje van het politiebasisteam in Rotterdam. Tijdens dit uitje, op een partyboot, raakte verdachte de aangeefster herhaaldelijk aan, waaronder op haar been en mogelijk onder haar jurk. De aangeefster verklaarde dat deze handelingen tegen haar wil waren en dat zij zich niet kon verzetten vanwege een 'freeze'-reactie.
De verdachte ontkende seksuele handelingen en verklaarde dat hij de aangeefster slechts kort en zonder seksuele intenties had aangeraakt. Meerdere getuigen bevestigden dat verdachte zijn hand op het been van de aangeefster had liggen en deze omhoog bewoog onder haar jurk, wat volgens de rechtbank duidt op een seksuele intentie. Echter, er was geen steunbewijs dat verdachte daadwerkelijk met zijn vingers de vagina van de aangeefster had binnengedrongen.
De rechtbank oordeelde dat de verkrachting niet bewezen kon worden en sprak verdachte daarom vrij. Ook de aanranding werd verworpen omdat onvoldoende bewijs bestond dat de handelingen tegen de wil van de aangeefster plaatsvonden. Getuigen gaven aan dat de sfeer ontspannen en flirterig was en dat de aangeefster niet duidelijk maakte dat zij de aanrakingen niet wilde. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding. De rechtbank bepaalde dat beide partijen hun eigen kosten dragen.