De huurder vorderde een schadevergoeding van €6.836,23 en buitengerechtelijke incassokosten van €867,34 wegens waterschade veroorzaakt door een scheur in een flexibele warmwaterleiding in de badkamer van de gehuurde woning. Volgens de huurder duurde het uren voordat een loodgieter kwam, waardoor water ook de gang instroomde en schade aan de vloer, koffers en kleding ontstond.
De verhuurder betwistte het bestaan van het gebrek, de omvang van de schade, het causale verband en de toerekenbaarheid. Tevens stelde zij dat de huurder niet adequaat had gehandeld om de schade te voorkomen of te beperken.
De kantonrechter oordeelde dat de huurder onvoldoende duidelijkheid heeft gegeven over het tijdsverloop en de omvang van de schade. De verklaringen van de huurder waren inconsistent en niet geloofwaardig, en er ontbraken concrete aanwijzingen. Ook was onvoldoende onderbouwd dat de verhuurder toerekenbaar tekortgeschoten was. De huurder voldeed daardoor niet aan zijn stelplicht, zodat niet aan bewijslevering toegekomen kon worden.
De eis werd afgewezen en de huurder werd veroordeeld in de proceskosten van €810,-. Het vonnis is gewezen door kantonrechter E.A. Vroom.