De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. De moeder, belast met het ouderlijk gezag, was correct opgeroepen maar verscheen niet bij de zitting. De minderjarigen maakten geen gebruik van het aanbod om hun mening te geven.
[minderjarige 1] verblijft bij zijn oma in een netwerkpleeggezin en heeft te maken gehad met bedreigingen door een groep jongeren, waardoor hij angstig is en zich terugtrekt. Hij zal zijn school voortzetten en krijgt hulpverlening gericht op zelfstandigheid na meerderjarigheid. [minderjarige 2] verblijft op een crisisplek vanwege agressie- en trauma gerelateerde problemen, met betrokkenheid van jeugdreclassering en een geplande behandeling.
De kinderrechter oordeelt dat verlenging noodzakelijk is in het belang van verzorging en opvoeding. Het verblijf bij de oma voor [minderjarige 1] en de crisisplek voor [minderjarige 2] bieden de benodigde veiligheid en structuur. Contact met de moeder ontbreekt momenteel, wat een aandachtspunt blijft. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de machtigingen verlengd tot respectievelijk 18 maart 2025 en 21 juni 2025.