In deze zaak vordert Hiltermann Lease B.V. een verklaring voor recht dat de huurkoopovereenkomst met betrekking tot een Audi A4 Limousine is ontbonden, en daarnaast betaling van achterstallige leasetermijnen, rente, incassokosten en afgifte van de auto. De kantonrechter oordeelt dat de ontbinding van de overeenkomst reeds is bewerkstelligd door de brief van de gedaagde van 1 september 2021, waarin hij de overeenkomst ontbindt vanwege niet aflevering van de auto.
Feitelijk is de auto nooit aan de gedaagde geleverd, ondanks dat de koopprijs grotendeels was voldaan. De kantonrechter stelt vast dat de auto nog herstelwerkzaamheden moest ondergaan en dat de gedaagde de auto niet heeft ontvangen, hetgeen ook door Hiltermann bekend was. Hierdoor is de ontbinding van de overeenkomst gerechtvaardigd.
De overige vorderingen van Hiltermann, waaronder de afgifte van de auto, betaling van leasetermijnen, rente en incassokosten, worden afgewezen. De kantonrechter overweegt dat door de ontbinding partijen zijn bevrijd van hun verbintenissen en dat de vorderingen niet kunnen worden toegewezen. Hiltermann wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.