De heer verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie en verzoekt toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) met een eerdere ingangsdatum. De rechtbank Rotterdam beoordeelt het verzoek en stelt vast dat verzoeker voldoet aan de voorwaarden voor toelating, waaronder te goeder trouw zijn en de verwachting dat hij aan de verplichtingen zal voldoen.
De rechtbank wijst het verzoek toe en bepaalt de ingangsdatum van de WSNP op 7 april 2023, achttien maanden eerder dan de datum van het vonnis. Dit is gebaseerd op het feit dat verzoeker gedurende de voorafgaande periode aan zijn afdrachtverplichtingen heeft voldaan en fulltime werkzaam is geweest. Omdat de bewindvoerder nog geen controle heeft kunnen uitoefenen over deze periode, verlengt de rechtbank de looptijd van de regeling met zes maanden tot 7 april 2025.
Vanaf de datum van het vonnis geldt voor verzoeker geen verplichting meer om zich in te spannen om inkomsten te vergaren en boven het vrij te laten bedrag (vtlb) af te dragen, maar blijven de overige verplichtingen onverkort van kracht. De rechtbank benoemt tevens een bewindvoerder en rechter-commissaris en regelt de vergoedingen en postcontrole. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.