Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 8 mei 2024, met bijlagen;
- de aantekeningen van de griffier van het mondelinge antwoord van 20 juni 2024;
- de rolbeslissing van 16 augustus 2024;
- de akte van Univé van 10 oktober 2024, met bijlagen;
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge reactie van 7 november 2024.
2.De feiten
3.Het geschil
- [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen € 2.198,67 met wettelijke rente (artikel 6:119 BW Pro) over een bedrag van € 1.827,45 vanaf 4 mei 2024;
- [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten;
- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.